Het onderstaande artikel is een pennevrucht van onze vertaler Jan Smith. Afgelopen vrijdag is hij 60 jaar geworden. Vanaf deze plek feliciteren wij hem hartelijk en plaatsen met alle liefde dit prachtige artikel. De moeite waard om even te lezen en in herkenning weer verder te gaan. Met de bril op je neus, de bril in je brillemapje of zonder bril, het maakt in feite niet uit..
Als je maar weet waar ‘ie IS..
Ik feliciteer je graag alsnog Jan, vanaf deze plek en zeer van harte! Maak er een mooi nieuw-jaar van! Dank voor al je mooie vertalingen tot nu toe en dank voor je deelname aan ons team. Hiep-hiep..
~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~
De bril op mijn hoofd..
© Jan Smith december 2009
XX
‘I am That”, was het antwoord van de grote advaita-leraar Shri Nisargadatta Maharaj, op de vraag van een bezoeker: “Wie bent U?”
‘Ik ben Dat’…

Jan Smith met bril op de neus...
Sinds ik zijn indrukwekkende boek ‘Ik Ben, Zijn’ (in de meesterlijke vertaling van Wolter Keers) meerdere keren heb gelezen, houden die vraag en dat antwoord me voortdurend bezig. Hoe zou ik kunnen weten wie ik ben? Wie ben ik? Wie is dat ‘ik’. Steeds dieper gaat die vraag.
En ‘De Nis’, zoals ik hem inmiddels liefkozend ben gaan noemen, geeft daar een eenduidig en mooi antwoord op: “Je kunt alleen maar weten wie je bent, door te weten wat of wie je niet bent.” En dat gaat heel ver, want uiteindelijk ben je niets dan liefde. Goddelijke Liefde.
Vaak realiseer ik mij dat ik van alles en nog wat ervaar. Ik ben iemand die van alles ervaart, want bij elke ervaring verschijnt er een ‘iemand’ die de ervaring ervaart. Dan kijk ik van binnen uit, vanachter mijn ogen. Ik zit weliswaar in dit lichaam, maar ik ben het lichaam niet.
“ ‘Ik’ gaat dieper, ‘Ik’ is de in-grond, de essentie van alles dat wordt waargenomen. Alle ervaringen worden steeds door een ander ‘iemand’ ervaren en door ons geheugen ontstaat er afgescheidenheid; telkens is er kennelijk weer een ander ‘iemand’ die iets ervaart. Maar de essentie, de alomtegenwoordige Ik, vormt de basis, de tijdloze en ruimteloze ‘mogelijkheid’ voor elke ervaring. Zo staat het er in het eerste hoofdstuk.
“Als je daarmee in contact wil komen, hoe doe je dat dan”, vraagt een leerling hem op enig moment.
En De Nis antwoord: “Dat kan niet, dat hoeft ook niet, want je bent het al. Laat je gehechtheid aan het irreële los en het reële zal ervoor in de plaats komen, moeiteloos. Houd op met je voor te stellen dat je dit of dat ‘bent’ of ‘doet’ en je zult je realiseren dat jij de bron en het hart bent van alles.
Dat zal grote liefde met zich brengen, liefde die niet het gevolg is van je eigen keuzen of smaak en ook niet van je gehechtheid, maar de Liefde die een kracht is die alle dingen toont in het licht van wat wij zijn: LIEFDE.”
Dat eerste hoofdstuk staat diep in mijn wezen gegrift.
Bij alles dat me tegenwoordig overkomt moet ik steeds vaker lachen, want bij voortduring besef ik dat er helemaal niets is dat gezocht of bereikt hoeft worden. We zoeken verlichting, we speuren naar ons moment van ontwaken, we verlangen naar vrijheid en mediteren ons suf om vooral een golf van liefde in ons hart te voelen. Onnodig!
Want we zijn het allemaal al.
We zijn al verlicht, ontwaakt, vrij en liefde. Door al dat voortdurende gezoek, die tijdrovende activiteit, zien we dat gegeven volledig over het hoofd.
Er is helemaal niets dat gevonden of bereikt kan worden. Het is te vergelijken met de man die naarstig op zoek is naar zijn bril, terwijl hij op zijn hoofd geklemd zit. Totaal vergeten.
Er is helemaal niets dat gevonden of bereikt kan worden.
Het is te vergelijken met de man die naarstig op zoek is naar zijn bril, terwijl hij op zijn hoofd geklemd zit.
Totaal vergeten.
‘Iets’, noem het een flits van kennend bewustzijn, wakkert plotseling het besef aan dat de bril op het hoofd zit. Hij hoeft hem alleen maar een beetje te verplaatsen om alles goed te kunnen zien. Ook dat is een soort ontwaken: je plotsklaps realiseren dat datgene wat je zoekt er al die tijd al is.
We zijn allemaal als heel klein mensje geboren, verbleven misschien een jaar, twee jaar in totale onwetendheid, in het Al. Door ons opvoeding en lerende omgeving raakten we steeds verder verwijderd van die volledige, oneindige en grenzenloze open ruimte waarin we al die tijd verbleven. Eén met alles om ons heen.
We werden daarna ondergedompeld in allerlei ervaringen die we in ons geheugen opsloegen. omdat ons dat werd verteld, en die ons voor de rest van ons leven ‘ten dienste’ zouden staan om bij nieuwe ervaringen als vergelijkende maatstaf te dienen, een norm waarnaar we ons konden richten.
Maar ervaringen zijn vluchtig. Iedere ervaring is vluchtig als dunne ether. Elke ervaring is als een verbrand stuk touw. Als je het aanraakt, verpulvert het onder je vingers, als je ertegen blaast vervliegt het tot kleine asdeeltjes. Een ervaring is waardeloos. Er is eenvoudig niets om te ervaren. Alles dat wordt ervaren, ben je al.
Geheugen is ook iets waar je vraagtekens bij mag plaatsen. Het geheugen bevat niets anders dan een grote berg ervaringen. Wat is de waarde van het voortdurend meten en inschatten van ervaringen op basis van iets dat zo vluchtig is?
Het weten huist in ons hart, in de ziel. Maar er werd ons geleerd die twee delen van ons wezen af te schermen, te vergeten, te doen alsof we grote mensen zijn.
Alles gebeurt zoals het bedoeld is.
Het leven van alledag is een aaneenschakeling van ervaringen die voorbij zijn eer je er erg in hebt. Wat is het nut van het opslaan van die vluchtig voorbijgaande feiten? Zelfs ervaringen op lange termijn zijn voorbij eer je er erg in hebt. Ik heb een opleiding genoten, ik ben ‘iets’ geworden, ben getrouwd geweest, heb kinderen ter wereld gebracht.
Steeds is daar weer: ‘ik ben dit of dat, ik heb zo of zo’ Altijd maar die verleden tijd, altijd weer die voltooid verleden tijd. Ervaringen, ervaringen, ervaringen. En ik maar zoeken, wachten op mijn moment van ontwaken, van verlichting. Me richtend naar wat anderen vertelden over de prachtige ervaringen die ze HADDEN na urenlange meditaties.
“Als ‘hadden’ komt, is ‘hebben’ allang voorbij’.
Door al dat gezoek raakt je geest uitgeput, ben je geneigd er het bijltje bij neer te gooien: “het lukt me maar niet om verlicht te raken”. “Ik ben niet compleet”. Hoe kom je erbij? Juist de inspanning die het zoeken vergt, blokkeert het zicht op de volledige vrijheid die je bent. Je eigen compleetheid is zo klaar als een klontje, ligt direct voor het grijpen, is binnen handbereik.
Zoeken, verlangen, willen hebben, verwerven, beter willen worden dan anderen, nog meer willen hebben dan gisteren, werkt als een blokkade. Het is de zware voorhang die je het zicht op innerlijke alomvattende liefde en vrijheid ontneemt.
De gedachte ‘Ik ben’ is het enige dat onveranderlijk overblijft en eigenlijk is ‘Ik’ al meer dan genoeg. Het ‘Ik’ is de kenner van alles dat aan mij voorbijtrekt, niets meer, maar ook niets minder. Het ‘Ik’ verblijft in de allerhoogste sferen, is onaantastbaar, kijkt vol liefde en mededogen naar alles dat passeert.
En in die enig overblijvende activiteit, dat waarnemen, neemt het volume aan allesoverheersende liefde alleen maar toe. Kijkend naar de wereld om me heen, vloeien grote hoeveelheden alomvattende liefde in mij, door mij en vanuit mij weer de wereld in. Verblijvend in die universele golf van overvloed is alles goed. Alles is GOED.

Hoe teken je water..? Hoe zie je het 'IK'..? Door de omgeving te bestuderen, wordt het water en het 'IK' op de opengevallen plek zichtbaar.. De omgeving maakt de aanwezigheid duidelijk. JIJ bent de omgeving.
Dit besef is niet nieuw, het is geen ontwaken. Dit besef was er altijd al, dit besef gaat ook nooit weg, blijft altijd voorradig, paraat en kan met één kleine gedachteflits op ieder moment levendig aanwezig worden gebracht. Het is de enige herinnering die van onschatbare waarde is, die herinnering kan mensen in nood plotseling doen beseffen dat niets hen kan schaden. Zoals de bril op het hoofd, je hoeft hem alleen maar iets te verschuiven en alles is weer duidelijk zichtbaar.
Iemand vroeg mij laatst, drong er bij me op aan deze innerlijke kennis ten behoeve van andere mensen aan het papier toe te vertrouwen. Ik liep daar een aantal dagen op te kauwen en wist niet waar te beginnen.
Totdat ik me de bril op mijn hoofd herinnerde. Ik schoof hem voor mijn ogen en kon plotseling alles in heel duidelijke beelden zien: er is niets te zien, niets te ontdekken, niets te winnen of te verliezen, niets te verwerven, niets te bereiken en niets te doen, want alles is hier al.
“Alles wat er is, is dit. Alles is hier al en er is niets”, zegt Tony Parsons zo treffend. In het niets verblijven, is zweven in de toestand van het kleine baby’tje. Er is helemaal niets en dat is Alles en eigenlijk is het niet in woorden uit te drukken.
Soms spreek ik mensen die er prat op gaan elke dag een uur of zo te mediteren om vooral in hogere sferen te geraken en mooie ervaringen te hebben. Ze zien er moe uit, terwijl ze zeggen er zo van op te knappen. Wat een inspanningen zijn dat toch. Terwijl er niets is dat bereikt kan worden: alles is hier al.
Schei toch eens uit met het zoeken naar je bril; hij zit al die tijd bovenop je hoofd. Alleen was je het even vergeten.
Zo eenvoudig is het. Wat valt er verder nog te zeggen? Er is helemaal niets en alles is er al. Hebben De Nis, Tony en al die anderen toch gelijk: Ik ben Dat
Jan Smith – Januari 2009
Bronnen:
Ik Ben, Zijn: Shri Nisargadatta Maharaj, ISBN-10: 90 6963 641 7
Stilte van het hart: Robert Adams, ISBN 978-90-77228-70-8
Alles en Niets: Tony Parsons, ISBN 978-90-77228-73-9
Amigo 2009 #11: Jeff Foster

Hou op Guido, nou zitten mijn katten ook al met een dikke staart op de kast!
…dan kom ik wel Scheppen, Gait!
RIAGG: Rijks Instituut Anti Goddelijk Gedrag
Wat is Is, en wat NIET-IS, Is dus ook? Anders kon het NIET ‘NIETS’-zijn..
Toby of geen toby, het hondje van Sjeek Spier.
Hi Gait, Heer-lijk schepsel!
In de ban van Isis geraakt, at last?
O, en probeer het eens zonder kurk; dat lucht op.
Gait je bent werkelijk hilarisch. Geloven in god mag, maar wel op de manier waarop jij het doet, anders hup naar het riagg.
De weg van de witte wolk.
Niets om vast te houden, meegaand met de wind.
Om uiteindelijk op te lossen en weer te verschijnen.
Oneindig oplossen en verschijnen.
Donkere wolken houden van alles vast, botsen met andere wolken, dit is niet de weg van de minste weerstand.
Ik ben, zoals ook de witte wolk.
@Guido
Moest zo hard lachen – niet teveel stront Scheppen! – dat mijn hond (die met 4 poten en een staart) zich ongerust maakte!
Nee, ik schepte precies net zoveel als mijn paarden hebben geschapen. LOL! De weg wijst vanzelf. Zolang we de goddelijke manifestaties geen kurk in de poepert stoppen.
Jij ook een heel fijne dag!
goden
het is was het IS
is is alles IS IS
en voor de gene die denken goeden te zijn
http://www.riagg-rnw.nl/
@Guido
oja by the way het kwartje is gevallen!Ik ben een godin!
I own you one!
Liefs Lianne