Voor wie op onderzoek uitgaat, struikelt bijna over het UFO-bewijs. Vraag aan een willekeurige voorbijganger op straat of hij gelooft in buitenaards leven en de kans is groot dat hij JA zegt. Hoe is het dan mogelijk dat de wetenschap nog steeds geen serieus onderzoek verricht naar dit fenomeen? Lees hieronder een interessant artikel dat iedere UFO-ontkenner en conventionele wetenschapper zou moeten lezen. In de conclusie van dit artikel staat: ‘Misschien zullen wetenschappers alleen veranderen als ze zelf met het UFO-verschijnsel in aanraking komen’. Hopelijk niet… want veel sceptische wetenschappers die zich toch in het fenomeen durven verdiepen, worden later vaak UFO-geleerde. Zo blijkt wel dat het UFO-verschijnsel dringend wetenschappelijke begrip nodig heeft.
~~~~~~
De laatste 50 jaar heeft het UFO-verschijnsel zowel het publiek als de wetenschappelijke sector verbijsterd. Aan het begin van de 21e eeuw, gelooft de meerderheid van het Amerikaanse publiek -ongeveer 70%- dat UFO’s echt zijn en dat ze waarschijnlijk worden begeleid door intelligente wezens vanuit andere werelden of dimensies. De wetenschappelijke vooruitgang en ontdekkingen, die voortkomen uit onze eigen menselijke programmering, hebben eraan bijgedragen om de kijk van het Amerikaanse publiek op UFO’s en buitenaards leven te vormen.
Tekst: Patricia B. Corbett
Bron: Mindshift Institute
Vertaling met dank aan Ellen du Burck
Hoe kunnen we heersende kijk veranderen?

Veel wetenschappers wijzen UFO's smalend af
Hoe kunnen we de heersende kijk van de gevestigde wetenschappers op UFO’s veranderen? Allereerst is het essentieel om de materie over dit belangrijke verschijnsel aan te bieden in een context waarmee serieuze wetenschappers bekend zijn: de discipline waarin de wetenschap tegenwoordig wordt uitgevoerd. Even belangrijk is om te laten zien dat de tools van de wetenschap aangewend kunnen worden om het UFO-verschijnsel te onderzoeken en daarmee waardevolle conclusies te trekken. Hoe bereiken we dit? Laten we eens kijken naar wat wetenschap is en wat daarvoor nodig is.
Hoe kunnen we de heersende kijk van de gevestigde wetenschappers op UFO’s veranderen? Allereerst is het essentieel om de materie over dit belangrijke verschijnsel aan te bieden in een context waarmee serieuze wetenschappers bekend zijn
Wat wetenschap is
Wetenschap is een objectieve en gedisciplineerde methode om natuurlijke fenomenen te onderzoeken. Wetenschappers -degenen die een bepaalde expertise hebben op het gebied van de bestaande wetenschappelijke disciplines- gebruiken de wetenschappelijke methode om hun begrip over de fysieke wereld te verdiepen en uit te breiden. De wetenschappelijke methode staat in het woordenboek gedefinieerd als: ‘het principe en ervaringsprocessen van ontdekken en demonstratie die karakteristiek of nodig zijn voor wetenschappelijk onderzoek’. Algemeen wordt gezegd of bedoeld: de wetenschappelijke methode houdt in het waarnemen van een verschijnsel, de formulering van een hypothese over het verschijnsel, en de conclusie die de hypothese valideert of aanpast.
Geen onderwerp voor verstandige mensen

UFO's? Misschien te diep in het glaasje gekeken!
Stimuleert de heersende mentaliteit een wetenschappelijk onderzoek naar dit onderwerp? Helaas niet. Vanuit de massamedia krijgt men, ondanks de wereldwijde acceptatie over het bestaan van UFO’s, de indruk dat het geen onderwerp is voor verstandige mensen.
Zoals het op TV, in kranten of tijdschriften wordt genoemd is het UFO verschijnsel meer iets voor de ongeschoolden, fans van science fiction, mensen met veel verbeeldingskracht of voor mensen die teveel drugs of drank gebruiken. Deze algemene houding zorgt voor enorme belemmeringen voor wetenschappers om UFO’s te bestuderen.
Redenen om UFO-onderzoek te mijden
En er is een nog grotere hindernis om onderzoek naar UFO’s te doen. De studie naar UFO’s wordt door collega’s in wetenschappelijke en academische gemeenschappen niet in dank afgenomen. Degenen die het wel hebben aangedurfd om het verschijnsel serieus te nemen, kwamen in vervelende situaties terecht met consequenties voor hun carrière en reputatie. Het verhaal van de internationaal bekende Harvard psycholoog John E. Mack, is een goed voorbeeld in deze. Na een voorbeeldige carrière van 35 jaar bij Harvard, werd Mach bijna beroofd van zijn ambtsperiode en artsenlicentie omdat hij onderzoek deed naar UFO’s en ontmoetingen met buitenaardse wezens.
Zoals het in de media wordt genoemd is het UFO verschijnsel meer iets voor de ongeschoolden, fans van science fiction, mensen met veel verbeeldingskracht of voor mensen die teveel drank gebruiken. Dit zorgt voor enorme belemmeringen voor wetenschappers om UFO’s te bestuderen
Geheimhouding
Misschien is de meest opvallende belemmering, met betrekking tot wetenschappelijk onderzoek, de officiële geheimhouding gebaseerd op nationale veiligheidsprincipes dat het UFO-verschijnsel omgeeft. Als sinds 1947 heeft de regering van de US, UFO’s afgewezen als onjuiste identificaties van gewone vliegtuigen, planeten, sterren of natuurlijke weersverschijnselen. Onofficieel, heeft de US een bovenmatige interesse in UFO’s, en classificeren ze het geheimhoudingsniveau van UFO’s enorme veel hoger dan die van waterstofbommen. Zelfs de president wordt niet volledig ingelicht over zaken die met UFO’s te maken hebben. Deze dekmantel houdt, door het leger en een aantal geheime diensten verzamelde, cruciale gegevens achter. Wetenschappers krijgen deze informatie niet, zodat een compleet onderzoek uiteraard volledig wordt gedwarsboomd.
‘Bijzondere beweringen vereisen bijzondere bewijzen’
De inmiddels overleden Carl Sagan, een voorstander van de Search for Extraterrestrial Intelligence (SETI), die via radiotelescopen zoekt naar tekenen van buitenaards leven in het universum, zette zich de laatste 25 jaar enorm in om de valse berichten vanuit de overheid over UFO’s te onderscheiden. Het statement dat Sagan over UFO’s deed wordt wereldwijd geciteerd: ‘Bijzondere beweringen vereisen bijzondere bewijzen’. In zijn beleving zijn de beweringen die mensen over UFO’s hebben gedaan enorm, maar niet voldoende ondersteund door objectieve bewijzen.
Er is niets om te onderzoeken
UFO-deskundige en bestseller auteur Budd Hopkins is van mening dat de opmerking van Sagan onoprecht is. Volgens Hopkins: ‘Bijzondere verschijnselen vereisen een bijzonder onderzoek’. Met andere woorden, de wetenschappelijke gemeente heeft geen bewijs omdat zij geen serieus onderzoek doen naar het UFO-verschijnsel. Waarom? Omdat onder wetenschappers de heersende mening is dat er geen UFO’s bestaan: dus is er niets om te onderzoeken.
Onofficieel, heeft de US een bovenmatige interesse in UFO’s, en classificeren ze het geheimhoudingsniveau van UFO’s enorme veel hoger dan die van waterstofbommen. Zelfs de president wordt niet volledig ingelicht over zaken die met UFO’s te maken hebben.
Friedman: ‘Ufo-vraag kan snel worden beantwoord’

Is dit een wetenschappelijk onderzoek waard?
Is een wetenschappelijk onderzoek naar dit verschijnsel de inspanning waard? Nucleair fysicus, Stanton Friedman, een man die zich de laatste 35 jaar heeft toegewijd aan wetenschappelijk onderzoek naar het UFO-verschijnsel, stelt dat als de algemeen erkende media evenveel aandacht besteed aan het oplossen van de Kosmische Watergate als aan het oplossen van het politieke Watergate, de UFO-vraag binnen in een halfjaar kan worden beantwoord. Recentelijk heeft Peter Sturrock een wetenschappelijke studie over UFO’s geschreven, die is gepubliceerd in the Journal of Scientific Exploration, waarin geconcludeerd werd dat er significant bewijs is dat vraagt om gedegen wetenschappelijk onderzoek.
Wat wetenschap nodig heeft, is aanwezig
Dus wat hebben wetenschappers nodig om serieus onderzoek te doen naar het UFO-verschijnsel? Zij hebben nodig:
- Een fysiek verschijnsel om te observeren;
- Een formulering van een hypothese over dit verschijnsel;
- Conclusies gebaseerd op de resultaten van testen die de hypothese bevestigen, weerleggen of aanpassen.
Het UFO-verschijnsel voldoet aan al deze wetenschappelijke vereisten:
- Er is een fysiek verschijnsel om te observeren. UFO’s worden al 50 jaar lang wereldwijd waargenomen en vastgelegd op foto, film en video. Er zijn verschillende databases beschikbaar, die allemaal tienduizenden gedocumenteerde meldingen van waarnemingen van UFO’s bevatten.
- Er zijn hypotheses geformuleerd. Er zijn verschillende variaties van een simpele hypothese: UFO’s zijn door intelligentie bestuurde, fysieke vliegtuigen die niet van aardse afkomst zijn. Daarvoor is fysiek bewijs dat wetenschappelijk kan worden getest. Tevens is er fysiek bewijs van UFO-operaties in en om de atmosfeer en aan de oppervlakte van de Aarde. Dat bewijs is ook wetenschappelijk bestudeerd (bijvoorbeeld monsters van aarde, stralingseffecten, elektromagnetische activiteit).
- Conclusies gebaseerd op bewijs kan door wetenschappers worden onderschreven. De uitslag van wetenschappelijke testen over de hypothese dat UFO’s fysieke vliegtuigen zijn van niet-aardse afkomst kunnen dus worden bevestigd, weerlegd of worden aangepast.
In dit artikel zou het te ver gaan om de hoeveelheid beschikbaar bewijs voor wetenschappelijk onderzoek in detail te bespreken. Maar, laat het tenminste een startpunt zijn voor wetenschappers.
Ook wetenschap doet aan UFO-meldingen

Ook wetenschappers doen UFO-meldingen
In tegenstelling tot populaire en vele wetenschappelijke artikelen, is het UFO- verschijnsel zeer vaak gemeld door wetenschappers, militairen, politiemensen, commerciële en privé-vliegtuigpiloten. Ook in tegenstelling tot de populaire overtuigingen, worden UFO’s niet uitsluitend rondom het platteland of alleen in de Verenigde Staten gemeld. Het verschijnsel werd gerapporteerd in ongeveer 150 landen en tevens in belangrijke grootstedelijke gebieden in de VS, de UK, de voormalige USSR, Duitsland, Frankrijk, Spanje, Scandinavië, China, Japan, Zuid-Korea, Australië, Nieuw-Zeeland, in Afrika en Centraal- en Zuid-Amerika, en op zowel de Noord- en Zuidpool. UFO’s zijn ook heel vaak gerapporteerd boven civiele en militaire, nucleaire faciliteiten; op militaire bases in de VS en wereldwijd; boven en onder het oppervlak van de Aarde, de oceanen, en buiten de atmosfeer van de aarde.
Bewijs uit alle hoeken van de wereld
Met andere woorden, er is bijna geen plek meer op aarde te noemen waar er geen getuigen zijn geweest van UFO’s en waar geen meldingen zijn geweest door betrouwbare mensen. Uit alle hoeken van de wereld is er zoveel bewijs dat aanleiding zou moeten geven voor wetenschappers om onderzoek te doen. Wetenschappers zouden het meest onder de indruk moeten zijn van bewijzen die al door professionals zijn gepresenteerd, zoals:
Er is bijna geen plek meer op aarde te noemen waar er geen getuigen zijn geweest van UFO’s en waar geen meldingen zijn geweest door betrouwbare mensen. Uit alle hoeken van de wereld is er zoveel bewijs dat aanleiding zou moeten geven voor wetenschappers om onderzoek te doen.
- Astrologen
- Astronauten en Kosmonauten
- Luchtmachtingenieurs
- Luchtverkeersleiders
- Militaire- en privé-piloten
- Civiele defensie en korpsen grondwaarnemers
- Politieagenten
- Millitair personeel
- Professoren in de fysica, ruimtewetenschappen
- Professionele fotografen (foto, film en video)
- Radaroperators
De meldingen die door talrijke, geloofwaardige, getrainde mannen en vrouwen zijn gedaan, hebben voorzien in een hoeveelheid aan harde gegevens, die wetenschappers kunnen analyseren door middel van de bekende instrumenten en procedures. Ter aanvulling kunnen wetenschappers studies beoordelen gemaakt door wetenschappers met een goede reputatie. Twee recente voorbeeld zijn hieronder kort beschreven.
‘Het UFO-enigma’
Zoals vele malen door Peter A. Sturrock en zijn collega’s beschreven in het boek ‘Het UFO-enigma’ Als er een serieuze studie door wetenschappers werd gemaakt over de nieuwe kijk op fysiek bewijs met betrekking tot het UFO-verschijnsel, zou dat niet alleen het niveau van het debat doen verhogen maar ook andere wetenschappers aanmoedigen om het verschijnsel te bestuderen, nieuwe ideeën te ontwikkelen en testen, en hun eigen conclusies formuleren. Het hoeft niet per se te helpen maar bevordert de kennis over het verschijnsel. Sturrock heeft overtuigend bewijs dat het UFO-verschijnsel toegankelijk is voor wetenschappelijke analyse en dat het wetenschappelijke studie verdient en rechtvaardigt.
UFO’s gehoorzamen aan natuurwetten

Paul R. Hill, gerespecteerd NASA wetenschapper
Paul R. Hill, gerespecteerd NASA wetenschapper en auteur van het boek ‘Unconventional Flying Objects: A Scientific Analysis’, heeft grondig wetenschappelijk onderzoek naar het UFO-verschijnsel verricht. Uit zijn onderzoek blijkt dat UFO’s “gehoorzamen aan, en de wetten van de natuurkunde niet tarten”. Dr Hill rapporteerde over de fundamentele wetenschap en technologie die de wonderbaarlijke vermogens van UFO’s beschrijven. Het door Dr. Hill tot in detail beschreven ‘gedrag’ van UFO’s, aangegeven door geloofwaardige getuigen, zijn in overeenstemming met wat we weten over fysica. Serieuze wetenschappers kunnen het belangrijke werk van Dr. Hill niet negeren.
Van UFO-ontkenner naar UFO-geleerde
Dr. J. Allen Hynek, PhD, een gerenommeerde astroloog, was jarenlang de leidende Air Force consultant voor het project Blue Book, het officiële U.S. Air Force onderzoek naar vliegende schotels. De door Air Force verzamelde informatie –die gedoemd was om een ‘verklaar het maar weg’-verschijnsel te worden- veranderde Hynek van een UFO-scepticus in een van werelds meest vooraanstaande wetenschappelijke experts over het UFO-verschijnsel. Elk wetenschappelijk onderzoek over UFO’s zou ook de studie van Hyneks’ boeken The UFO Experience, The Edge of Reality and The Hunek UFO Report moeten omvatten.
Ondanks dat Hynek bewust was van de oneerlijkheid en de huichelarij van de Air Force met betrekking tot hun UFO-inspanningen, is het cruciaal om in gedachten te houden dat door fysiek bewijs Hynek radicaal veranderde van een UFO-ontkenner naar een UFO-geleerde. Zelfs het werk van Dr. Edward U. Condon, een man die een vooroordeel had over het UFO-verschijnsel en de uitslag van zijn onderzoek al had bepaald voordat hij was begonnen, voorziet in wetenschappelijk bewijs dat UFO’s een echt verschijnsel is dat achtenswaardig is om wetenschappelijk te onderzoeken. Condon was door de U.S. Air Force gevolmachtigd om UFO’s te bestuderen. Het onofficiële doel was om voor eens en altijd UFO’s van de publieke radar te vegen. Op 8 januari 1969, werd het ‘Finale Rapport van de wetenschappelijke studie van Unindentified Flying Objects’ van de Universiteit van Colorado onder contract van de U.S. Airforce beëindigd. Condon was de wetenschappelijk directeur.
Zelfs het werk van Dr. Edward U. Condon, een man die een vooroordeel had over het UFO-verschijnsel en de uitslag van zijn onderzoek al had bepaald voordat hij was begonnen, voorziet in wetenschappelijk bewijs dat UFO’s een echt verschijnsel is
Zaak gesloten
De resultaten van het rapport werden gebruikt door de U.S. Air Force als rechtvaardiging om Project Blue Book te sluiten en haar betrokkenheid bij UFO’s te beëindigen. In een persbericht met als bijlage het verslag van meer dan 900 pagina’s, beweerde Condon dat het bewijsmateriaal suggereerde dat het UFO-verschijnsel het niet waard was om wetenschappelijk te onderzoeken, en dat er niets van verdere waarde naar boven zou komen bij een dergelijke inspanning. De media keken alleen naar het persbericht, niet naar het feitelijke verslag, accepteerde Condon’s claims en riep dat wereldwijd rond. Het leek erop dat de wetenschappelijke zaak was gesloten.
Dringend wetenschappelijk onderzoek nodig
Maar, serieuze wetenschappers, zoals David R. Saunders (adjunct-directeur onderzoek van de Condon Commissie), Stanton Friedman, Peter A. Sturrock en anderen vielen het op dat er enorme discrepanties waren tussen wat in het persbericht gemeld werd en wat feitelijk in het rapport stond. In het persbericht stond bijvoorbeeld dat er maar een paar procent van de onderzochte zaken onopgelost bleven, terwijl er in feite maar ongeveer 30% van de onderzochte zaken niet kon worden verklaard. Dit is inderdaad een hoog percentage, wat de noodzakelijkheid suggereert om verder onderzoek te doen.
Ter aanvulling: als je het rapport leest laat het duidelijk zien dat het UFO-verschijnsel absoluut een uitdaging is voor de hedendaagse wetenschap. Zelfs het werk van een vastbesloten UFO-ontkenner zoals Dr. Condon laat zien dat het UFO-verschijnsel dringend wetenschappelijke evaluatie en begrip nodig heeft.
Samen met Thornton Page, een professor in de astronomie en een associate van NASA, is Carl Sagan co-editor, van een zeer interessant boek voor wetenschappers, die geïntrigeerd zijn door het UFO-verschijnsel: UFO’s: A Scientific Debate. Het boek kwam voort uit de American Association for the Advancement of Science. Wetenschappers met uiteenlopende standpunten uit verschillende disciplines, zoals bijvoorbeeld astronomie, fysica, meteorologie, psychiatrie, psychologie en sociologie, pasten de wetenschappelijke methode toe om dit controversiële onderwerp te bestuderen.
Grote vragen blijven onbeantwoord

Grote vragen blijven onbeantwoord
De wetenschappers analyseerden foto’s, bewijs van radars, fysieke sporen van UFO’s, de geloofwaardigheid van getuigen en psychologie, natuurlijke verschijnselen die door leken vaak verkeerd worden geïdentificeerd als UFO’s, populaire overtuigingen over UFO’s en de rol van de massamedia bij het verschijnsel. Het zal elke wetenschapper die dit boek leest duidelijk worden dat het UFO-verschijnsel een serieus onderwerp is en dat de grote vragen over het verschijnsel onbeantwoord blijven.
Richard M. Hall is de editor van The UFO Evicence, een rapport dat is uitgebracht in 1964 door het National Investigations Committee van Aerial Phenomena (NICAP). Deze uitgave is waardevol in historische en wetenschappelijke zin. NICAP heeft zich in haar onderzoek gefocust op geloofwaardige rapporten van gekwalificeerde en betrouwbare ooggetuigen die vergelijkbare en consistente patronen meldden. Later wetenschappelijk onderzoek bevestigde de bevindingen uit het rapport uit 1964 en droegen ook belangrijke nieuwe informatie bij.
The UFO Evidence
The UFO Evidence, het rapport dat in de laatste vier decennia in bijna elke belangrijke studie over UFO’s is geciteerd, is een belangrijke samenvatting van het bewijs van UFO’s, een compilatie van hoe er toen tegenaan werd gekeken. Het voorziet wetenschappers van voorbeeld casussen die de algemene eigenschappen van UFO’s rapporteren; zaken die aangeven dat UFO’s bestuurd worden door intelligentie, rapporten van waarnemingen van Air Force piloten, navigatoren en andere medewerkers; observaties van luchtvaartmaatschappijen, rapporten van professionele wetenschappers, technici, astronomen en luchtvaarttechnici en ook officieren van de politie en geloofwaardige burgers.
Ter aanvulling: het rapport bevat bewijs met betrekking tot elektromagnetische effecten van UFO’s, radar zaken, fysieke en psychologische effecten van UFO’s, fotografisch en akoestisch bewijs, statistische analyses van patronen van UFO-manoeuvres, verschijningen, vliegeigenschappen en terugkerende observaties, en details over vele andere belangrijke aspecten van dit verschijnsel. Het UFO-bewijs geeft zeer veel aanleiding over zowel het bestaan van UFO’s als voor een wetenschappelijke studie van het verschijnsel.
Het meest overtuigende bewijs
In december 1995, produceerde het Centrum voor UFO studies (CUFOS), het Fonds voor UFO Research (FUFOR) en de Mutual UFO Network (MUFON), een spannende en belangrijke publicatie, Briefing Document on Unidentified Flying Objects: het meest overtuigende bewijs. Hoewel het maar een tipje van de ijsberg liet zien in relatie tot het wereldwijd beschikbare wetenschappelijk en militaire bewijs, is deze publicatie vooral waardevol voor wetenschappers omdat het de lezer zorgvuldig gedocumenteerde informatie verstrekt.
Het document pleit dat UFO’s bestaan en dat UFO’s van buitenaardse afkomst zijn. In het document wordt ook geschreven over waarnemingen op radar, visueel bewijs, fysiek bewijs, beschrijvingen van de vorm van UFO’s en waar ze toe in staat zijn.
UFO’s zijn van buitenaardse afkomst

Van buitenaardse komaf
Het document pleit dat UFO’s bestaan en dat UFO’s van buitenaardse afkomst zijn. In het document wordt ook geschreven over waarnemingen op radar, visueel bewijs, fysiek bewijs, beschrijvingen van de vorm van UFO’s en waar ze toe in staat zijn. Al deze informatie kan wetenschappelijk worden aangetoond. De details in het document geven voorbeelden van UFO-rapportages vanuit heel de wereld vanaf 1950 tot aan midden jaren ’90. Dit toonaangevende document is misschien wel het meest overtuigende rapport dat ooit is opgesteld over het bestaan van UFO’s. Het is in ieder geval een onontkenbare zaak voor verder wetenschappelijk onderzoek voor het UFO-enigma.
Er zijn vele andere waardevolle, wetenschappelijke boeken en artikelen die de laatste 50 jaar zijn gepubliceerd, die allemaal laten zien dat UFO’s geen onjuist geïdentificeerde natuurlijke verschijnselen zijn, of door de mens gemaakte objecten, of het uitvloeisel van de geesten van fantasierijke mensen of mensen met waanvoorstellingen.
Extra aanvulling op bewijsmateriaal
In aanvulling op het bewijsmateriaal dat beschikbaar is voor wetenschappers zijn er vele astronauten, kosmonauten, wetenschappers en prominente overheids- en militaire officials uit diverse landen wereldwijd die het bestaan van UFO’s bevestigen. Deze informatie komt van zowel directe public statements of van geclassificeerde documenten die uitgegeven zijn onder het publiek. Onder deze personen bevinden zich U.S. Militairen, intellectuelen en politieke figuren zoals:
General Nathan D. Twining, Chairman of the Joint Chiefs of Staff (1957-1960);
J. Edgar Hoover, Director of the FBI;
General Walter Bedell Smith, Director of the CIA (1950-1953);
General Douglas MacArthur;
Captain Edward J. Ruppelt, Chief of project Blue Book;
Admiral Roscoe Hillenkoetter, first Director of the CIA (1947-1950);
General Curtis LeMay, Air Force Chief of Staff;
Major General E.B. LeBaily, U.S. Air Force Director of Information;
General George S. Brown, U.S. Air Force Chief of Staff;
Lt. Col. Lawrence J. Coyne, U.S. Army Reserve helicopter pilot;
Victor Marchetti, CIA official;
President Harry S. Truman;
President Gerald Ford;
President Jimmy Carter;
President Ronald Reagan;
Senator Barry M. Goldwater;
Representative John W. McCormack, Speaker of the House;
Representative Jerry L. Pettis;
Representative Steven H. Schiff.
Nog meer indrukwekkende getuigenissen
Als militairen, intellectuelen en politieke figuren geen indruk kunnen maken op wetenschappers over UFO’s misschien dat het Amerikaanse astronauten dan wel lukt. Tussen de astronauten die ofwel ooggetuigen waren van UFO’s of bewust zijn van het bestaan van UFO’s zijn Gordon Cooper, Donald “Deke” Slayton, Edgar Mitchell, Al Worden, Eugene Cernan, and Story Musgrave. Ze worden vergezeld door de Soviet cosmonauts Yevegni Khrunov, Vladimir Kovalyonok, and Major General Pavel Popovich. Wetenschappers die zich bewust zijn van het bestaan van UFO’s zijn Dr. Clyde W. Tombaugh, de Amerikaanse astronoom die Pluto ontdekte; Dr. Frank B. Salisbury, professor of plantenfysiologie aan de Utah State University; Dr. J. Allen Hynek, Voorzitter van het Dept. of Astronomy aan de Northwestern University en wetenschappelijk consultant voor Air Force UFO-onderzoek van1948 tot 1969; Dr. Leo J. Sprinkle, professor psychologie aan de Universiteit van Wyoming; Dr. James E. McDonald, Senior Fysicus bij het Institute of Atmospheric Physics aan de Universiteit van Arizona; Dr. Robert M.L. Baker, Jr., President van de West Coast University; Stanton T. Friedman, nuclear fysicus en UFO onderzoeker; Dr. Margaret Mead, wereldwijd bekend anthropologe; Dr. Richard Haines, psycholoog van het Ames NASA Research Center; Dr. Peter A. Sturrock, Professor Ruimtevaartwetenchappen en Astrofysica en Deputy Director van het Center for Space Science and Astrophysics aan de Stanford Universiteit, Dr. Jacques Vallee, astrophysicus, computerwetenschapper en UFO auteur; and Dr. John E. Mack, Professor Psychiatrie aan de Cambridge Hospital, Harvard Medical School.
Ter aanvulling op deze eminente figuren, is even indrukwekkend dat militairen, intellectuelen en politieke figuren informatie hebben gegeven over UFO-verschijnselen in Argentinië, België, Brazilië, Groot-Brittannië, Canada, China, Frankrijk, Duitsland, Griekenland, Hongarije, Indonesië, Israel, Japan, Mexico, Rusland, Spanje, Zwitserland, Zimbabwe en vele andere landen.
Meer dan 50.000 rapporten
Wetenschappers kunnen zichzelf ook verdiepen in de gegevens over UFO’s die opgeslagen in grote databases die beschikbaar zijn voor onderzoekers, zoals:
UFOCAT – een computercatalogus met ruwe UFO verslagen van wereldwijde waarnemingen, gestart in de jaren ’70 door Dr. Davind Saunders. Er zijn meer dan 50.000 rapporten van 5 continenten. UFOCAT wordt bijgehouden door het Centrum voor UFO studies (CUFOS). GROUND TRACES – een catalogus van UFO-dossiers waarbij planten en aarde is aangedaan wordt onderhouden door CUFOS.
Toch kijken er nog maar weinig wetenschappers naar het bewijs en wordt er geen grootscheeps onderzoek naar dit verschijnsel gedaan door de reguliere wetenschap. Hoe kan dat? Wat zijn de obstakels?
PILOT CASES – NASA wetenschapper Richard Haines heeft een gedigitaliseerde catalogus van UFO-waarnemingen bij militairen, commerciële, privé en testpiloten die meer dan 30 dossiers bevat vanaf begin jaren ’80. Dit zijn maar een paar van de databases die beschikbaar zijn voor wetenschappers die het bewijs over UFO’s zouden willen onderzoeken.
De waardevolle wetenschappelijke boeken en artikelen die de laatste 50 jaar zijn gepubliceerd, en de wereldwijde UFO-rapportages van geloofwaardige mensen, kunnen niet worden afgedaan als fouten, fraude of malafide. Het bewijsmateriaal dat door onderzoekers is gecompileerd moeten een open minded onderzoeker kunnen overtuigen dat UFO’s bestaan en het waard zijn om te worden bestudeerd.
Wat zijn de obstakels?

Wat zijn de obstakels?
Toch kijken er nog maar weinig wetenschappers naar het bewijs en wordt er geen grootscheeps onderzoek naar dit verschijnsel gedaan door de reguliere wetenschap. Hoe kan dat? Wat zijn de obstakels?
In de jaren vijftig, bracht de Brookings Institute een rapport uit getiteld: ‘The Implications of a Discovery of Extraterrestial Life’. Het rapport suggereerde dat van alle groepen uit de maatschappij ‘voor wetenschappers en ingenieurs het ’t meest verwoestend zou zijn als er relatief superieure wezens zouden worden ontdekt’. Zou dat nog steeds zo zijn? In een recent artikel zei 75% van de wetenschappers dat ze meer wilde weten over UFO’s.
Angst om status te verliezen
In 1976 deed Peter A. Sturrock een klein onderzoek onder de leden van de American Atronomical Society. Zijn bevindingen waren dat de meeste respondenten nieuwsgierig zijn naar UFO’s. Maar, ook al uiten wetenschappers hun interesse in UFO’s en buitenaards leven in anonieme onderzoeken, over het algemeen blijven ze toch terughoudend en afwijzend in hun publieke statements over UFO’s.
Michael E. Zimmerman, professor in de filosofie en voormalig voorzitter van de Department van Filofie aan de Tulane Universiteit gelooft dat veel wetenschappers de discussie over UFO’s weigeren voor drie redenen:
1) angst voor het verlies van sociale status doordat ze belachelijk worden gemaakt,
2) superieure niet-aardse intelligentie bedreigt persoonlijke psychologie en kijk op de wereld,
3) de angst voor sociale chaos in het gezicht van buitenaardse superioriteit.
Tekenen van verandering
Maar, Prof. Zimmerman ziet ook al tekenen van verandering. Sommige wetenschappers beginnen het UFO-verschijnsel en de gerelateerde buitenaardse ontvoeringen serieus te nemen en willen het systematisch gaan bestudeerden. Zimmerman vermoedt tevens dat sommige wetenschappers en overheidsofficials langzaam en voorzichtig informatie laten lekken naar het publiek over de realiteit van UFO’s en buitenaardse aanwezigheid, om het publiek voor te bereiden op de openbaring dat buitenaardsen onze planeet bezoeken.
Peter A. Sturrock is de mening toegedaan dat het gebrek aan publieke fondsen om UFO-onderzoek te steunen een enorm obstakel is voor significant wetenschappelijk onderzoek.
Zoals Zimmerman zegt, UFO-onderzoek wordt niet gerespecteerd in academische en wetenschappelijke kringen en dat houdt mensen ervan af om door te gaan met serieus werk op dat gebied. Sturrock meent dat als er wetenschappelijke vooruitgang moet worden gemaakt op dit gebied, de publieke opinie moet worden duidelijk gemaakt dat UFO-onderzoek moet worden ondersteund met aanzienlijke fondsen van de overheid. De recente studie onder leiding van Dr. Sturrock concludeerde dat 1) het UFO-verschijnsel complex is en het niet voor de hand ligt dat er 1 universeel antwoord op is 2) het ligt niet voor de hand dat er nieuwe informatie voortkomt uit wetenschappelijk onderzoek naar niet te verklaren waarnemingen die karakteristiek zijn voor het UFO-verschijnsel.
CONCLUSIE:
Sturrock en anderen merken dat wetenschappers die zijn geïnteresseerd in UFO’s, niet in de publiciteit willen komen. Wetenschappers zeggen ‘laat me bewijs zien’ maar bestuderen de hoeveelheid aan beschikbaar bewijs vervolgens niet. Carl Sagan heeft gezegd ‘bijzondere claims vereisen bijzonder bewijs’. De gemiddelde wetenschappers citeren Sagan vaak om hun terughoudendheid te verdedigen om maar niet in de UFO-kwestie te hoeven duiken. Maar, de huidige wetenschappers zijn als de wetenschappers van Galileo’s dagen die weigerden om in de telescoop te kijken om met eigen ogen naar de manen van Jupiter te kijken.
Wat is er nodig?
Wat is nodig? We hebben geen objectief bewijs nodig. Er is een overvloed aan gegevens over alle aspecten van het UFO-verschijnsel die smachten naar wetenschappelijk onderzoek en evaluatie. Wat nodig is onder de wetenschappers is een radicale verschuiving in hun kijk op de wereld, in hun mindset. Wie of wat kan deze mindshift, deze grondige verandering bewerkstelligen?

Het is wachten op een nieuwe Galileo
Misschien zullen wetenschappers alleen veranderen als ze zelf met het UFO-verschijnsel in aanraking komen, door een waarneming van een vaartuig in de lucht, of op de grond met entiteiten ernaast, of nog dramatischer, door een direct contact met buitenaards leven. Een dergelijk ervaring zou zeker de meest die-hard scepticus transformeren. Of misschien hebben wetenschappers het nodig om dezelfde ervaring op te doen als Edgar Mitchell, toen hij terugkeerde van de maan naar de aarde, en hij intuïtief aanvoelde dat het universum zelfbewust is en dat alles met elkaar in connectie staat.
Wachten op een nieuwe Galileo
Er zal meer nodig zijn dan objectief en fysiek bewijs alleen om wetenschappers te overtuigen dat UFO’s bestaan en achtenswaardig zijn om te onderzoeken. Maar ergens moet er een start worden gemaakt. Dat kan met het bestaande bewijs, dat dagelijks meer wordt door wereldwijde meldingen. De door toegewijde wetenschappers verzamelde gegevens van de laatste 50 jaar wachten op een nieuwe Galileo of Newton die deze informatie kunnen verweven in een kijk op de wereld die breder en dieper is dan het huidige regerende paradigma.
Veel te veel wetenschappers eisen bewijs, in plaats van ‘the hard work’ het bestaan van UFO’s aan te tonen en het onbetwistbare bewijs van het bestaan van buitenaards leven bloot te leggen.
Kosmische toekomst
In 1956, in zijn laatste gepubliceerde werk, Contact with Space, schreef de baanbrekende wetenschapper Wilhelm Reich, ‘Wat willen ze voor bewijs? Er is geen bewijs. Er zijn geen autoriteiten of wat dan ook. Geen president, academie, Rechtbank of Senaat op deze aarde die de kennis of macht heeft om te besluiten wat de kennis van morgen brengt…Alleen de goede oude regels van leren zullen uiteindelijk begrip naar voren brengen over wat ons Aardse bestaan is binnengedrongen. Laten degenen die onwetend zijn over de manieren van leren een stap opzij doen, terwijl degenen die weten wat leren is, het spoor maken naar het onbekende’.
Waar zijn de wetenschappers die ons leiden in onze zoektocht naar de kennis van morgen? De benodigde tools zijn voorhanden; de benodigde informatie is beschikbaar, wachtend om te worden ontdekt. Het UFO-verschijnsel, verworpen en belachelijk gemaakt, kan de sleutel zijn van de deur naar onze kosmische toekomst.
Bibliografie
- Berliner, Don Briefing Document on Unidentified Flying Objects: The Best Available Evidence
- Condon, Edward U. The Final Report of the Scientific Study of Unidentified Flying Objects
- Hall, Richard M. (ed.) The UFO Evidence
- Hill, Paul R. Unconventional Flying Objects: A Scientific Analysis
- Hopkins, Budd Missing Time; Intruders
- Hynek, J. Allen. The UFO Experience; The Edge of Reality; The Hynek UFO Report
- Mack, John E. Abduction; Passport to the Cosmos
- Reich, Wilhelm Contact with Space
- Sagan, Carl and Page, Thornton (eds.) UFOs: A Scientific Debate
- Sturrock, Peter A. The UFO Enigma: A New Review of the Scientific Evidence
©2002 Journal of the Mindshift institute
©2007 Mindshift Institute, a 501(c)3 Nonprofit Organization| Site by Lyet
@Edwin
Voor mij is je verhaal verre van wazig. En ook ik ben niet echt gelukkig met de illustraties.
Quote: Karlsson van het Dak | juli 30, 2009, 10:27
‘UFO’s zijn Unidentified Flying Objects. Die kunnen dus van alles zijn, ze zijn gewoon niet herkend als iets gewoons. Om dan meteen buitenaards leven gelijk te stellen met UFO’s (en dus hier zijn) gaat een beetje ver. Ja, er is buitenaards leven in het heelal. Alleen is die niet hier maar heeeelllll ver weg, en is hier ook nooit geweest’
Typische gedachtegang van iemand die NIETS, NUL KOMMA NUL, van het fenomeen afweet. Lees Eerst Oordeel Dan Karlsson!
Lol, Karlsson, jij beweert dat UFO’s dus per definitie van de aarde afkomstig zijn. Intressant zeg, dus we kunnen al veel meer dan wij weten voor onze eigen doeleinden kunnen inzetten? Logisch dat dit niet publiek gemaakt wordt he? En hoe weet jij nou zeker dat hier geen buitenaards bezoek is geweest? Waar baseer jij die stellige mening op? Omdat de snelheid van het licht niet toereikend is voor zo’n lange reis? Wat nou als we sneller kunnen reizen dan het licht? Of is dat echt onmogelijk, uit jouw eigen ervaring?
De wetenschap heeft natuurlijk behoorlijke beperkingen door gebrek aan financiele middelen, gebrek aan kennis (men weet immers niet wat waar gezocht moet worden) en gebrek aan technologische mogelijkheden. Binnen de mogelijkheden die de wetenschap wel heeft, wordt er volop aandacht besteed aan de vraag of er leven (mogelijk) is buiten de aarde. Er hangen satellieten waar dat ook maar een beetje mogelijk en zinnig is, er worden monsters genomen van oppervlakten van bijvoorbeeld Mars en bij elke serieuze melding van UFO’s wordt er ook evenzo serieus bekeken wat de geloofwaardigheid is (in eerste instantie) en vervolgens wat de bron heeft vermeld. Het is te gemakkelijk om te stellen dat de wetenschap het UFO-vraagstuk links laat liggen, maar het is natuurlijk wel leuk om te vertellen om zo mensen te doen geloven dat er iets geheims en mysterieus aan de hand is. De realiteit is echter heel anders…
UFO’s zijn Unidentified Flying Objects. Die kunnen dus van alles zijn, ze zijn gewoon niet herkend als iets gewoons. Om dan meteen buitenaards leven gelijk te stellen met UFO’s (en dus hier zijn) gaat een beetje ver. Ja, er is buitenaards leven in het heelal. Alleen is die niet hier maar heeeelllll ver weg, en is hier ook nooit geweest.
Aanvulling:
Ik bedoel mijn commentaar dus niet aanvallend, begrijp dat niet verkeerd. R. van den Broeke heb ik nooit persoonlijk gesproken dus mijn mening is gestoeld op wat ik gezien en gelezen heb in de reguliere media.
Buiten dat heb ik als verslaggever destijds een kleine reportage gemaakt waarop te zien was hoe een vrouw met schaar en papier en een simpel digitaal fototoestel binnen no-time een excacte replica maakte van de wazige alien, precies zoals op Robert’s foto’s. Dus dat heeft mijn argwaan destijds nog vele malen groter gemaakt.
En met ‘religieuze tendensen’ bedoel ik zeker ook ‘geloven in’. Verwar dit niet met ‘ik ben een gelover’. Want daarmee bedoel ik schier dat ufo’s bestaan en dat er minimaal 1 hoogontwikkelde ET-soort achter schuil gaat.
Met religieuze tendensen bedoel ik meer een vaste overtuiging die nog weinig tot geen ruimte meer lijkt te laten voor het feit dat deze overtuiging misschien verkeerde inzichten bevat. Vanuit een dergelijke overtuiging zal bevoorbeeld makkelijk gesteld kunnen worden dat ik nog veel te veel in mijn ’3D denken’ vastzit waardoor ik toch echt te laag vibreer/resoneer en daardoor niet tot een hoger 5D inzicht zal kunnen komen(wat is er uberhaupt met de 4e dimensie gebeurd, je hoort of leest daar zo weinig over?). Ik probeer deze overtuigingen niet meer zoveel te veroordelen maar heb er wel een mening over.
Kijk, Anton Teuben is er in een video interview voor uitgekomen dat hij ET’s gezien heeft. Of dit nu een ingebeelde/hallucinaire ervaring is of niet doet er in deze even niet toe want hoe het ook zij, als je zoiets meemaakt staat je wereld aardig op zijn kop. En zo kan het zijn dat er tal van mensen zijn met dergelijke ervaringen die, wie weet, misschien nog wel tot de dagelijkse realiteit behoren ook. Een dergelijke ervaring heb ik vermoedelijk 1 x meegemaakt op mijn 20ste of zo, dus 20 jaar geleden. Nog steeds twijfel ik of ik het mezelf allemaal niet heb ingebeeld want ook voor die optie blijf ik openstaan.
Maar ik kan me zo voorstellen dat het nieuwkomers in ufoland flink afschrikt allemaal. Deze geluiden in combinatie met het woud aan conspiracy waarin je alleen je weg kunt vinden als je bereid bent om het bos IN te lopen en niet er omheen. Het is een groot en erg gecompliceerd bos dus verdwalen is erg goed mogelijk. Om van alle valkuilen nog maar te zwijgen.
Maar hoe het ook zij, de weg die je gaat zal ALTIJD jouw eigen unieke weg zijn – ongeacht wat en hoe – en dat blijft het mooie eraan.
Misschien is het een wat wazig verhaal geworden maar ik kan me goed voorstellen dat al deze materie een hoop mensen en zeker de reguliere gevestigde wetenschap, flink afschrikt.
Voor mij blijft het allemaal interessant en leuk genoeg om te volgen.
Aardig artikel, niet ijzersterk. Maar de serieuze ondertoon wordt naar mijn idee ondergraven door de keuze van diverse plaatjes die erbij zijn gezet. Doelende op:
- de nieuwe ‘ufo’ foto van R. van den Broeke, die bij een bepaalde groep die-hard believers nog steeds hoog in het vaandel staat(hoe is het mogelijk?).
- de ‘Semjase’(of 1 van haar nichtjes?) tekening uit de Billy Meier-reeks; heerlijke jaren 70 kleurpotloodromantiek.
- de eeuwige Einstein-met-tong-uit-mond(voor de 126duizendste keer).
- de eerste van die wetenschapper met vage ‘vleespruik’(ik vind hem vreemd ranzig).
Het zijn persoonlijke keuzes om een dergelijk artikel hiermee te illustreren/kracht bij te zetten. Buiten de ‘humor-factor’ i.v.m. deze keuze zegt het ook iets over de waarheidsbeleving van degenen die gekozen hebben.
En dan vind ik het eerlijk gezegd niet gek dat menig wetenschapper – zouden ze dit al lezen – weer hard lachend/gillend wegrent.
Het is vooral het randgebeuren rond het fenemeen wat denk ik afschrikt. Als geloof in ufo’s verschuift richting religieuze tendensen. Op die manier houdt de club ‘aluhoedjes’ zelf een belachelijkmaking in stand.
En ik ben zelf een ‘believer’, neem het fenomeen heel serieus. En vanzelfsprekend is mijn commentaar een schier persoonlijke mening. Maar dit is naar mijn idee een groot onderdeel van wat afschrikt en wegjaagt.
hmm goed artikel(Y) deze zet ik ook bij m’n links. vandaag op niburu het artikel over die 2 uur lang zichtbare ufo’s in schotland.. 1 uitzonderlijke openbaring die al genoeg aandacht trekt in het binnen en buiteland daarzo.. oeff, het begint te komen
ik denk dat het niet lang meer zal duren hoor, voor ze echt echt onderzoek gaan doen, zou in ieder geval interesse hebben in een studie als ufologie, als die er zou zijn of komen..
groeten
7. Misschien leven we met ze allen wel in een heel grote dierentuin?
Jaha errrrg spannend allemaal.
Wat de wetenschap tegenhoud. Nou bijvoorbeeld dit:
1.(sommige/veel) UFO’s kunnen heel goed een spin off van Nazie praktijken zijn
2. Niet alle ET’s zijn ons misschien goedgezind
3. Misschien is er al decennia lang/eeuwen lang een levendige handel gaande tussen ET’s en sommige aardlingen
4. Misschien was de rol van ET’s in het verleden ronduit h*fterig. Net zo erg als ons huidig en vroegere kolonialisme.
5. Misschien worden we nog steeds gekolonialiseerd door sommige ‘ET’s’
6. Misschien lopen er inderdaad hybriden rond
Wetenschappelijk gezien zou je al deze mogelijkheden mee moeten nemen. Ug, niet zo’n prettig vooruitzicht.