Advertentie

E-book Lyme Kaj Alexander

Advertentie

Het einde van een ‘mutatie’ of van de ‘mensheid’..?


Frans schreef het onderstaande artikel. Een filosofisch kijk op het verschijnsel ‘Mens’… Een lezersbrief met een beschouwing over de mens als mutatie of als minder ‘toevallige mens’. We kunnen denken dat we van die fijngetunede creaties zijn, maar wellicht zijn we 2.. Lichaam én Ziel. Is onze Ziel gevangen in een fysiek omhulsel, waarvan we geloven dat het onlosmakelijk deel is van ons ‘ZIJN’… Wie het weet mag het zeggen.. Helpt het om erover te praten? Helpt het om ‘stil’ te zijn, en het allemaal gewoon te doorvoelen, zonder dat lastige, ratelende brein?

Een filosofische beschouwing, die we graag aan je voorleggen. Het einde van de mensheid, OF… Een mutatie..?

* * * * * * *

X

Het einde van de mensheid of een mutatie?

Hoe het denken zich het individu toe-eigende.

Frans Schimmel © april 2010

Voorwoord.

Dat wat hier probeert vorm in taal te krijgen, is een moment in de rivier van kennen en ervaring. De stroom van het verleden uit zich op en in dit moment en schept daarmee een toekomst. In die zin heeft het schrijven geen schrijver. Het schrijven, het uitdrukken van een individu, is de hartenkreet van de mens, van zijn wens naar vrede.

De hartenkreet van het weten van zijn innerlijk licht dat de verbinding wil maken met het geheel waardoor die wens wordt gerealiseerd. ‘Kind van God’ is bijvoorbeeld een symbool hiervoor. Het verlangen dat datgene wat gebeurt, door het bewuste Zijn in vrede aanschouwd kan worden.  Dat is de mogelijkheid van de mens; in bewustzijn en vrede wezen.

Voor ‘het spel’ gelden echter andere wetten; er is geen begin en geen eind aan dat spel, noch aan het bewustzijn ervan. Het spel is eeuwig en volledig, in ieder geval zolang de mensheid zal bestaan. Het individu is meer dan alleen dat spel. Het individu is zowel het spel als ook het bewustzijn dat zicht op dat spel heeft of kan hebben. In die zin heeft dit schrijven geen schrijver. Het is de weerslag van een individueel waarnemend bewustzijn dat het collectief gebeuren in taal probeert om te zetten.

Spelen we ons eigen spel, of hebben we de 'bal' gekregen van 'anderen', die ons toe-schouwen?

In die zin staat hier geen waarheid, maar is het de uitdrukking van een moment in de geschiedenis van het bewustzijn. Het verandert niets in de verschijningsvorm (het spel) zelf, het doet een poging de verschijningsvorm weer te geven.
Dat klinkt misschien wat kil en afstandelijk, ware het niet dat de statische rede geen vat heeft op de actieve, beschrijvende hartelijkheid. En iedere poging de verschijningsvorm op adequate manier, dat wil zeggen ‘niet manipulerend’ te beschrijven, komt voort uit het hart.

Uit de wens een uitweg te vinden in het eeuwige spel van oorlog, winstbejag cq. honger en andere ellende. Het individuele ervaren kan net die stap verder in duidelijkheid scheppen, daar waar de rede van het systeem (het spel) moet blijven staan vanwege het behoudende aspect van dat systeem. Doet of kan het individu dat niet, dan is het genoopt in de anonimiteit te verblijven; in de anonimiteit van onwetendheid. Dat is voor het systeem wel prettig, want dan wordt er niet aan zijn grondvesten getornd, maar voor het individu is het dat wat men onder ‘lijdensweg’ verstaat.

Uiteindelijk zal blijken dat wij dat altijd al deden, ons kenbaar makend door ons wezen. Het gaat er hier om dat kenbaar maken op een bewuste wijze te -kunnen- wezen. Daarvoor is het zaak, onze anonimiteit op te geven.
Hoe het  ‘zover gekomen is’, dat wij als anonieme wezens aanwezig zijn en de mogelijkheid daaraan een einde te maken, is de zoektocht die hier beschreven wordt.

De anonieme mens.

Wij zijn (als individu) een voorbijgaand element in het menselijke proces.

We nemen deel aan verschillende deeldisciplines van de mensheid; als arbeider of chef, als vader, moeder of kind, als progressief of conservatief, als moslim of christen etc. etc. Die conglomeratie van aanpassingen beschouwen wij als ‘dat ben ik’. Die ‘samenvatting’ is het tijdelijke aspect van het individu. Als individu vertegenwoordigen wij dan niet onszelf, maar de positie die wij innemen in de maatschappij. Dat wordt ons als vanaf het prilste begin ingeprent; socialisatie heet dat. Die positie bepaalt ons denken en handelen.

Dat maakt dat geen enkel individu een onafhankelijke, laat staan objectieve kijk op de werkelijkheid heeft en het gevolg ervan is, dat de mensheid geen mogelijkheid heeft om het geheel bewust te kunnen sturen. Dat geld voor individuen en voor groepen individuen die belangen hebben op grond van hun positie in het menselijk proces.

Die belangen verduisteren de objectieve kijk. Dat geldt zowel voor de wetenschappelijke (deel)disciplines, als voor politieke of economische belangengroeperingen. Het gaat daarbij niet om verzet of acceptatie; het gaat om kennis van zaken. Het gaat niet om de ‘moed’ uit de 50-er en 60-er jaren om tegen heilige huisjes aan te trappen of om de tegenwoordige apathie, het gaat om de onkunde die voorkómt dat wij bewust onze toekomst als mensheid kunnen sturen.

Het gaat niet om de ‘moed’ uit de 50-er en 60-er jaren om tegen heilige huisjes aan te trappen of om de tegenwoordige apathie, het gaat om de onkunde die voorkómt dat wij bewust onze toekomst als mensheid kunnen sturen.

We leven in een autonoom systeem dat zich onafhankelijk van individuen en groepen handhaaft en wijzigt. Om duidelijkheid in het functioneren van het systeem te krijgen, gaat het dan om het analyseren op grond van welke regels het individu in het geheel acteert.

Onze acties betreffen, ondanks onze persoonlijke vooronderstellingen, niet ons individuele doel, maar voor elke menselijke existentie, voor elk menselijk denken bestaat al het systeem waarin en waardoor wij ons uitdrukken. In die zin is het individu een anoniem individu, ook voor zichzelf. We denken en acteren binnen een anoniem en dwingend systeem; dat van het huidige tijdperk met zijn eigen anonieme, niet gekende wetten. Ieder individu en iedere groep heeft daar zo zijn eigen mening over. Een gemeenschappelijke consensus is nergens te vinden.

Het gaat er dan om dit systeem, dat aan elk subsysteem voorafgaat, aan het licht te brengen.

Met andere woorden; hoe treden we uit die cultuur om daar een objectieve beschrijving van te geven?

Dat vraagt een vrijheid van denken, los van het systeem.

Vrijheid van denken, los van het systeem

Of en hoe dat mogelijk is, is dan de eerste vraag die beantwoord zal mogen worden. Met andere woorden; kunnen de verschillende stromingen van deze tijd in een alomvattend systeem begrepen worden en daardoor kennis geven van dat systeem?

Om dat te realiseren, is het zaak een stap ‘terug’ te doen, dat wil zeggen de mensheid in zijn omgeving plaatsen. De mensheid in het milieu waarin hij tracht te overleven. Dat, het de mensheid omvattende systeem onderzoeken en verhelderen, verlichten is wat licht kan scheppen in de onwetendheid. Die helderheid is niet te vinden met een kijk die zich slechts beperkt tot de mens. Dan blijven wij binnen het menselijk systeem denken en analyseren.

De periode van menswetenschappen, zo stelt Foucault daarom terecht aan het einde van ‘les mots et les choses’, is bezig voorbij te gaan; een nieuw veld van weten staat voor de deur, waarin voor de mens en de menswetenschap geen plaats meer is. Het gaat daarbij om de wijze van werken, niet om de inhoud. De inhoud wordt bepaald door het systeem waaraan wij ondergeschikt zijn. Pas door de werkwijze te gaan herkennen, krijgen wij zicht op het functioneren. Om te onderzoeken hoe het menselijk systeem werkt, is het zaak ‘op afstand te kijken’.

De vraag is dan: Hoe functioneert het menselijk systeem?

Het systeem functioneert paradoxaal; het functioneert door het onderscheiden en ontkent daarmee zijn intrinsieke eenheid. Het systeem wekt de suggestie dat groeperingen en individuen een vrijheid van handelen hebben die het systeem beïnvloeden, maar de invloed beperkt zich tot de inhoud van het systeem, het tast de vorm, de werkwijze ervan niet aan.

Als de vorm zou veranderen, spreken we van een mutatie; inhoudelijke veranderingen zijn die veranderingen die hun noodzaak hebben in ‘het tijdsbeeld’ en zijn onvermijdelijke en noodzakelijke aanpassingen ten aanzien van het handhaven van het systeem. Het systeem is inhoudelijk continu bezig de verschillende subsystemen ‘binnen het gareel te houden’, tot en met het individu toe. Daarvoor moet het onderscheiden wat oordelen betekent. En oordelen zijn een mystificatie (de taal is een ‘achteraf-vertaling’ van de werkelijkheid; niet de werkelijkheid zelf) van de werkelijkheid, bedoeld om het functioneren van het systeem in stand te houden. De taal is deel van het systeem.

Oordelen = goed en kwaad onderscheiden; betekent dat het systeem op grond van uitsluiting, aanvaarding en/of een neutrale houding zichzelf in stand houdt. Dat is de natuurlijke reacties van alle organische aanwezigheid; grijpen; aanvaarden (voedsel), afweren; uitsluiten (vijand) of een neutrale houding (niet interessant op dit moment). Oordelen uit lijfsbehoud.

Dat -zichzelf in stand houden- krijgt vorm in het feit dat hetgeen wordt uitgesloten of dat wat op dat moment niet  interessant is, ‘monddood’ wordt gemaakt door die actie en dat datgene wat aantrekkelijk is een stem krijgt. Uitsluiten = afweren. Zo groeien ‘machtsblokken’ en groeperingen waar die macht op wordt uitgeoefend.

Het bestaan van datgene dat wordt uitgesloten wordt op die manier zowel erkent als ontkent. Het wordt ontkent door het  uitgeslotene zijn stem te ontnemen en het wordt erkent door het te beheersen. Wat rest is de oordelende monoloog van het systeem dat zichzelf tot alleenheerser bekent. Daarin is geen plaats voor individueel weten en kennen.

Het menselijk individu bestaat op die manier als erkenning en ontkenning, want door en in hem functioneert het systeem. Maar het krijgt ‘geen stem’.

Dat is ‘de anonieme mens’.

In de ontkenning ligt een stuk (menselijk) wezen dat niet is geëxploreerd. Ook dat ontkende; afgewezen deel is deel van het systeem, ook al wordt het ontkent. En dat wat wordt ontkent is ‘de individuele vrijheid’. Als je het systeem ‘het ene uiterste’ zou noemen, staat aan ‘het andere uiterste’ het anonieme individu dat onwetend is en wordt gehouden van zijn eigen (mogelijkheden tot) vrijheid:

Het individu is ‘het andere uiterste’; het atoom dat nog alle kwaliteiten van het geheel inhoud. En net zoals het systeem als functie het van het bestaan van het individu zowel ontkent als erkent, zo erkent en ontkent ook het individu in zijn wezen; in zijn persoonlijke aanwezigheid het bestaan van het systeem. Vanwege de onwetendheid van zijn mogelijkheden tot vrijheid; niet de vrijheid om tegen het systeem te schoppen of het ermee eens te zijn; de vrijheid om zijn plaats in het systeem bewust in te nemen.

Een patstelling, zo lijkt het.

Zo lijkt het.

Ware het niet dat het anonieme individu een keuze heeft of kan hebben. De keuze, in plaats van een anoniem, een bewust deel te worden van het geheel, dat ook nog alle kwaliteiten van het geheel in zich heeft. Om die keuze, bewust aanwezig te zijn, te kunnen maken, moet het individu het basisprincipe van het systeem; het onderscheidend oordelen (gaan) opgeven; loslaten. Dat is de toegevoegde waarde; de impliciete mogelijkheid die het individu wel, en het systeem niet heeft. Het systeem is in die zin statisch en het individu heeft een marge; een keuzemogelijkheid indien het zich daar bewust van is of wordt.

Zo kan het individu zijn anonimiteit opgeven.

Om dat te realiseren is het zaak, niet de oordelende monoloog van het systeem  te onderzoeken, maar het gebied dat buiten die rede valt. Daar ligt de marge die de vrijheid kan brengen die voor het systeem zelf niet mogelijk is, maar voor het individu wel.

‘Probleempje’ hierbij is dat datgene wat buiten de rede van het systeem valt, niet direct in taal kan worden weergegeven, want de taal is een van de middelen waardoor het systeem zichzelf in stand houdt.

Alleen het individu kan de eenheid van het deel dat nog alle karakteristieken van het geheel in zich heeft, realiseren.

Door volledig zichzelf te wezen.

Door zowel het ene uiterste (het systeem) als het andere (het individuele) in zijn wezen te incarneren.

Dat is volledig individueel wezen.

De continu oordelende monoloog van het systeem; die rede(voering) loslaten

De rede loslaten.

Het evenwicht tussen de rede (van het systeem) en het individu is uit balans geraakt door de druk van het systeem ‘door de eeuwen heen’. Je kan ook zeggen dat ik, het individu, het mij makkelijk heb gemaakt door die dominantie van het systeem te accepteren en daardoor is de dominantie van de rede een benauwende gewoonte geworden waarin het andere uiterste (het individuele standpunt) uit het zicht is verdwenen.

Het individu kan zich bewust worden van de ‘lacune’ in dat monoloog; zich bewust worden dat beide, voorstellingen die hierboven van de werkelijkheid gegeven worden onjuist zijn omdat die onderscheiden; oordelen. Allen het individu kan stellen: “Het is (gegaan) zoals het ging en nu?” Dat is de vraag die wel hout snijdt in plaats van dat oordelen. Het systeem kan niet zeggen; “En nu?”, want er is niet anders als het systeem en in die zin ook geen toekomst; het systeem is statisch.

De vraag: “En nu?” is een standpunt buiten het systeem.

Het systeem heeft weliswaar een geschiedenis; een geschiedenis waar, in vroegere tijden, andere noodzaken lagen om te overleven als in de periode nu, waarin wij onszelf aan het realiseren zijn, maar haar mechanismen zijn hetzelfde. De vorm is hetzelfde. Toch geeft dat geschiedkundige punt een opening; een opening tot vergelijken waardoor het systeem en zijn mechanismen zelf helder kunnen worden.

In die geschiedenis kan onderzocht worden wat op een specifiek moment in het verleden het systeem in stand hield. En vergelijkenderwijs wordt dan duidelijk wat er nu aan de hand is. Door twee verschillende inhouden van het(zelfde) systeem te vergelijken, kan er zicht worden verkregen op het functioneren van dat systeem.

Door de Aertsengel verdreven uit het paradijs. Het 'schuldgevoel' was geboren..

Geschiedenis dus:

‘In den beginne’ stootte de rede ons uit het aards paradijs omdat wij de appel van de boom van kennis aten. De mens eigende zich bewustzijn toe en werd zo een volledig deel van het geheel dat nog alle kwaliteiten van dat geheel in zich had. Een dier heeft dat -bewustzijn-  niet bijvoorbeeld. Het kan ook best dat bij een aap die hersenstructuur muteerde die de eerste homo sapiens teweegbracht. De mens eigende zich bewustzijn toe, daar gaat het om.

De mens ging zich op dat moment onderscheiden van het geheel en op dat moment ontstond het systeem mensheid. De mutatie of het verdwijnen uit het aardse paradijs zorgde ervoor dat de mensheid een eigen systeem ontwikkelde. Om te -kunnen-  overleven was het zaak dat het individu zich aan het collectief aanpaste. En die aanpassing zorgde -uiteindelijk- voor het anoniem worden van het individuele aspect; het monddood wezen van het individu in deze tijd.

Dat is ‘de grote lijn’ die duidelijk maakt dat het gaat om loslaten van de rede van het systeem.

De anonimiteit krijgt vorm doordat het bewustzijn van de mensheid zaken kon gaan opdelen in ik en de ander. Ter vergelijking; voor een dier is het gebeuren dat wat telt. Het specifieke bewustzijn van de mens plaatst de mens ten opzichte van dat wat gebeurt. In dat onderscheidend opdelen kreeg de fascinatie ten aanzien van wat daarbuiten gebeurde de overhand omdat het menselijk systeem de suggestie wekt alsof ‘het daar gebeurt’. Dat is voor het oorspronkelijke kuddedier juist, maar het specifiek menselijk bewustzijn is niet alleen dat van kuddedier; is ook dat van een individu.

Dit is te vergelijken met een kwantumpakketje: we weten inmiddels dat een kwantumpakketje zich gedraagt al naargelang wij vooronderstellen dat het zich gedraagt; als energie of als massa. Zo ook het individu; het kan zich als individu of als kuddedier gedragen. En daarin ligt -een mogelijke weg naar-  individuele vrijheid. We weten inmiddels ook dat het onderscheiden tijd en ruimtebegrip dat wij hebben niet klopt, maar een beperkende dimensie van aanschouwen is.

Einstein zegt daarover het volgende: “Een mens maakt deel uit van het geheel dat wij ‘universum’ noemen; maar leeft beperkt in tijd en in ruimte. Hij ervaart zijn wezen, zijn gedachten en zijn gevoelens als afgescheiden van de rest – een soort optische illusie van zijn bewustzijn. Die illusie is voor ons een gevangenis, die ons beperkt tot persoonlijke wensen en verlangens en een affectie die slechts gereserveerd is voor onze naasten. Het is onze taak ons uit die gevangenis te bevrijden door de cirkel van ons mededogen te verbreden tot hij alle levende wezens omarmt en de natuur in zijn geheel in al zijn schoonheid”.

Het ik is ‘egoïstisch’, hebben we ontdekt, want het leven in een beperkt begrip van tijd en ruimte vraagt om overleven in plaats van leven. Dat is het standpunt van het kuddedier, waarin het individu een anoniem, egoïstisch  element is. Dit konden we ontdekken omdat de kennis (o.a. door het citaat van Einstein) het menselijk standpunt oversteeg en van daaruit naar dat menselijk systeem kon gaan kijken.

Kennis laat het systeem toe want het gaat niet om kennis, maar om actie. Pas als wij op die manier in actie zouden komen, grijpt het systeem in. Het belang van bovenstaande (historische) ‘verwijzingen’ is dan ook niet zozeer dat er een uitweg klaarligt, het gaat erom dat wij die uitweg zien. Dat wij die kennis in praktijk -kunnen- brengen.

Dit is een tweede, wat specifieker lijn. Hierdoor krijgt het loslaten vorm; door kennis kan het loslaten vorm krijgen.

Organische groei.

Het systeem intussen, moet steeds nieuwe middelen vinden om zijn heerschappij te waarborgen. Het probeert op alle manieren aan zijn spiegelbeeld, het individu de waarheid van dat individuele wezen te verhullen. Dat is onderscheidend en oordelend gezegd. De waarheid is, dat het systeem een organisch geheel is, waarin bepaalde delen krachtig het systeem ondersteunen en waarin andere delen de vrijheid vinden om dat systeem te gaan relativeren en zo de eenheid te vinden. Dat is organische groei.

Dat wordt ook wel het ‘mededogend aspect’ van het geheel genoemd en wat rationeler wordt dit ‘de marge in het systeem’ genoemd; de mogelijkheid om ‘uit het systeem’ te ontsnappen. Ook dat is deel van het systeem, gelukkig! Het systeem intussen, probeert de bekendheid met (de kennis van) de weg naar individuele vrijheid in evenwicht te houden met zijn eigen behoud. Dat is ook organische groei.

Voor het individu is het zaak, ‘individueel’ met die kennis om te gaan. Dat wil zeggen, accepteren wat is met een ‘zwijgend’ mededogen. Niet door te spreken, maar door te wezen. Dat is niet oordelen! Dat is bewust aanwezig zijn. Zo komt het individu uit de anonimiteit tevoorschijn.

Dit is de derde, meer preciezer lijn waarin het loslaten gestalte krijgt.

Dali
Uit de anonimiteit tevoorschijn komen..

Uit de anonimiteit tevoorschijn.

Het menselijk systeem is een onafgebroken interactie met zijn individuele delen en andersom. Omdat de noodzaak van het systeem en de individuele noodzaak geen parallel lopende lijnen zijn; individuele vrijheid heeft andere voorwaarden nodig als het belang van het systeem, is er de continue tendens van zowel het systeem als het individu, om zich te bevestigen.

Voor het systeem betekent dat de controle op zijn overleven te houden door wetten, noodzakelijk voor een statisch, behoudzuchtig systeem. Het individu kan zich verzetten tegen die ‘wettelijke’ dwang want is relatief ondergeschikt aan het systeem. Het individu heeft een marge waarin het kan functioneren, maar moet zich daar eerst bewust van worden.

De wetten sluiten het individu in de dialoog buiten; het individu heeft zich aan die wetten te houden; die wetten zijn er al voor de komst van het (nieuw geboren) individu. Het enige dat het systeem accepteert is een zekere mate van verzet zonder dat dat tot consequenties leidt. We verzetten ons tegen de inhoud en menen daarin vrijheid te vinden, maar daardoor blijft de vorm onaangeroerd, onaantastbaar. De schijn van vrijheid die in de reclame zo subtiel wordt uitgebuit.
“Als ik die auto heb … als ik dat huis heb .. die after shave … als die politieke partij aan de macht zou zijn” etc. etc.

Op die manier suggereert het systeem individuele zeggenschap over zichzelf en dat noemen we (tegenwoordig) ‘democratie’. We verenigen ons in politieke en economische groeperingen en proberen onze inhoudelijke wensen te vervullen, terwijl het systeem zelf niet ter discussie staat. Het gaat hierbij om MACHT, dat moeten we niet vergeten.

Ook in een democratie gaat het om groeperingen die de macht proberen te krijgen en die nooit volledig zullen hebben ook al hebben ze -tijdelijk- 51% van de stemmen; de geschiedenis wijst dat helder uit. Het verandert niets want het gaat om de inhoud die de groep die de macht heeft, niet om de vorm van het systeem. Kapitalisme, communisme, feodalisme, anarchisme, een dogmatisch religieuze samenleving; allemaal inhoudelijke aanpassingen die de tijd noodzaken om het systeem in stand te houden; allemaal groepen die op dat moment de macht hebben.

Inhoudelijk is het algemeen geldende principe bij het verkrijgen van macht het scheppen van een ‘verdeel en heers’ politiek; groepen worden tegen elkaar opgezet (de tegenwoordige ‘islam kwestie’ is een helder voorbeeld) en de groep die de macht wil, suggereert daar een oplossing voor te hebben; uitsluiting van de ene partij. Door die angst te zaaien, houdt het systeem zich in stand.

In die strijd speelt het individu steeds minder een rol. Foucault geeft dat (in: De archeologie van de wetenschappelijke blik) prachtig aan met twee zinnetjes; in de 18e eeuw vroeg de arts aan de patiënt: “Wat scheelt eraan?” Tegenwoordig vraagt de wetenschap: “waar heeft u pijn?”.

Bij: “Wat scheelt eraan” is het de patiënt die kan spreken (over wat er met het/zijn individu aan de hand is).

Bij; “Waar heeft u pijn” is het de wetenschap die een ‘diagnose stelt’ en heeft de patiënt daarover niets -meer-  te zeggen. Dit geld zowel voor lichamelijke ziekten als voor psychische problemen. Het individu is in de tegenwoordige maatschappij volledig monddood gemaakt. Het is de toeschouwer (arts, therapeut, rechter, politiek, politie etc.) die de macht heeft. Dat is essentieel voor de ziekte waaraan het tegenwoordige systeem lijd. Er rest slechts het oordeel; het oordelen. De mening van het individu over zijn reilen en zeilen telt niet meer.

Punt is, dat doordat slechts de oordelende waarnemer nog telt, ook het organisch systeem geen informatie meer krijgt van het individu en dat zou de dood van het systeem mensheid betekenen. Het systeem bestaat bij de interactie tussen het ene uiterste (het systeem) en het andere uiterste (het individu).

Sigmund Freud: een man die de knop tracthtte te ontwarren, zonder zich daarbij zelf rekenschap te geven van het feit dat HIJ-ZELF de knoop wás..In de tijd van Sigmund Freud, ging het systeem daarom naarstig op zoek naar het verdwenen individu. De individuele ervaringen kwamen terug in de belangstelling. Niet om het individu zijn vrijheid terug te geven, maar in een poging de interactie weer op gang te brengen. Dat is immers altijd het impliciete doel van het systeem [1]. Die zoektocht naar de individuele ervaring is uitgegroeid tot  het hedendaagse psychiatrisch systeem (sociaal); tot de farmaceutische industrie (economisch) en tot de (politieke) wetten, waarbij die organisaties bepalen wat goed voor ons is. Het gaat er niet om of dat goed of slecht uit kan werken; het gaat om het functioneren van het systeem.

Het individu zelf kan dan wel naar de anonimiteit verwezen zijn geworden en monddood gemaakt zijn, maar dat wil niet zeggen dat de wens om zich als individu te uiten, verdwenen is. Die is verdwenen naar het onbewuste. Dat ontdekte de psychiatrie al snel en het begrip begeerte kreeg vorm. Dat werd door het systeem vertaalt als de begeerte naar materiële zaken en de reclame zorgde ervoor dat wij dat ook gingen vinden.

Het systeem kan onmogelijk de wens van het individu om zich als uniek wezen te plaatsen in het geheel kennen, want dat is een, aan het systeem onkundig begrip. Dus zocht het systeem de begeerte niet in zijn oorsprong, maar in zijn uitwerkingen. Zo zag Freud bijvoorbeeld het primaat van de seksualiteit als oorzaak van afwijkend gedrag. De begeerte een ander te bezitten in plaats van de wens een vrij en bewust wezen te wezen..

Op die manier werd de individuele begeerte ( die in wezen op het individu zelf en zijn zoektocht naar vrijheid betrokken was) voorgesteld als zijn oorzaak hebbend in de wens een object ‘daarbuiten’ te bezitten. En de reclame haakte daar lekker op in; “Waar heeft u pijn?”. Neem dan die geur of after shave, die auto of dat huis etc. etc.

Zo werd de ‘wens’ gericht op externe omstandigheden. En had het systeem in zijn zoektocht naar de individuele beleving een nieuw middel om zichzelf in stand te houden. ‘Reclame’ maken voor een extern object. Begeerte werd uitgebuit ten bate van het systeem.

Door die reclame te sublimeren, nam de kennis van het systeem ten aanzien van zijn delen (individuen) toe. De kennis van het individu en zijn primaire driften; niet de kennis omtrent zijn streven naar vrijheid. Door die steeds subtieler reclame, verdween de wens van het individu om zichzelf als uniek wezen, actief in het geheel te plaatsen meer en meer in de anonimiteit.

Politiek en economie onderzochten hoe het beoogde effect op het individu te hebben en daardoor werd de reclame steeds subtieler en groeide de kennis hoe de individuele ervaring te beïnvloeden op een manier dat die op de omgeving gericht bleef in plaats van op het individuele wezen. Een van de resultaten van dat systeem is bijvoorbeeld vierentwintig uur TV per dag.

Zo werd het individu een consumptieve functie.

Dat is wat er heden ten dage ‘over’ is van het individu.

Het systeem observeert en onderzoekt het individu dat er zelf het zwijgen toe moet doen vanwege de anonimiteit waarin en waardoor het zichzelf niet kan verwoorden. Het taboe van de innerlijke beleving is alleen door het ‘naar binnen richten’ cq meditatie te realiseren. Het individu is monddood gemaakt. Het ervaart zich slechts in de informatie die vierentwintig uur per dag op hem afkomt.

In die zin weerspiegelt het individu perfect de activiteiten van de rede. De ratio heeft de macht en de macht is de politieke en economische ratio met zijn redenen en oordelen. Noch het systeem, noch het individu zijn zich daar bewust van, druk als ze zijn met hun eigen activiteiten, zijn ze doof voor de ander. Het individu in zijn consumptiedrift heeft geen tijd om ‘naar binnen te kijken’; naar het waarom van die drang, die dwang. En het systeem kan slechts functioneren in en met de vorm die het heeft.

Deze constellatie maakt duidelijk dat het systeem kan zich niet kan bevrijden ook al zou het zijn dood betekenen. Voor het individu ligt het anders; dat kan zich bevrijden door het gaan ervaren van de eigen authentieke beleving. Oftewel; het zelf zin geven aan het leven (deze ‘zin’ heeft twee betekenissen!).

Dat is het geheim dat het individu kan ontsluieren op haar weg naar bevrijding van het systeem van de rede.

Dat betekent een mutatie van het individu.

Zover is het nog niet, ondanks dat sinds de 60er jaren meditatie ‘in’ is. Dit is de vierde, precieze lijn waarin het losmaken van het oordelend systeem gestalte krijgt.

De vrijheid van het individu.

Het individu wordt beschouwd als een onderdeel van het systeem mensheid. Dat is weliswaar waar, maar niet alles wat er over het individu gezegd kan worden. Want net als het menselijke systeem ingebed is in het grote systeem van organische aanwezigheid, is ook het individu ingebed in dat systeem, maar op een manier dat, in tegenstelling tot het systeem, het individu zich bewust kan worden. Het systeem an sich heeft geen bewustzijn, het blijft levend door middel van het individuele bewustzijn. En dat individuele bewustzijn is, zo werd duidelijk, dood. Is verworden tot een consumptieve factor.

We zagen ook dat er, sinds het einde van de19e eeuw, naarstig gezocht gaat worden naar het individu dat anoniem geworden is en op sterven na dood. Het ‘IK’ is toeschouwer geworden en het systeem heeft zich de toeschouwer toegeëigend. Daarom is er nu het reële gevaar van het einde van de mensheid.

Het ik is vernietigt en om te overleven rest ons niets anders als ‘er te zijn’, zo stelt Foucault.

Om te overleven zullen we de taal van het systeem; het oordelen  moeten verlaten en aanwezig wezen. Oordelen is achteraf gepraat; is niet de werkelijke ervaring. Het leven wordt niet meer (h)erkent maar beoordeelt; het leven zelf is dan dood en/of anoniem.

We consumeren continu oordelen.

Het principe van gelijkenis tussen de woorden en het leven ging verloren al naar gelang de arbeidsdeling meer en meer werd toegepast en die ‘deelwetenschappen’ een eigen deelvorm van de werkelijkheid; de waarheid gingen beschrijven. Dat mondde uit in de hedendaagse versplintering in de verhalen over de waarheid. We hebben nu filosofie, psychologie, antropologie, sociologie, economie, politicologie  en ga zo nog maar even door, want ook substromingen daarbinnen verklaren hun werkelijkheid voor waarheid. En al die wetenschappen kijken oordelend naar buiten om daar de werkelijkheid te vinden.

De werkelijkheid is niet dat daar buiten en de toeschouwer; de werkelijkheid is interactie.

En in de interactie tussen het commentaar van de toeschouwer en dat wat zich voordoet, acteert de toeschouwer niet alleen alsof hij er niet is, maar stelt zich ook op als het centrum van wat is. De toeschouwer is zich niet bewust van ‘het resultaat van zijn aanwezigheid’. O.k. Einstein maakte wel duidelijk dat de toeschouwer door zijn specifieke waarneming dat wat is beïnvloed, maar als we in en om ons heenkijken, heeft die kennis er niet toe geresulteerd dat wij nu met bewustzijn van die mogelijkheid gebruik maken. We hebben er nog steeds commentaar op dat wat is in plaats van het bewust te wezen.

De kennis heeft inmiddels, onder andere door het werk van Einstein en Foucault, een dusdanige subtiliteit gekregen, dat het ‘achter’ de taal de waarheid kan weergeven.

Het is echter alleen de individuele vrijheid, die die kennis kan gaan gebruiken om te wezen.

Dat vertelde Boeddha vier eeuwen gelden al. Dus die hoort ook in het rijtje: Einstein, Foucault en Boeddha.

De vrije geest.

Einstein beschreef de waarheid van ‘de natuur’; Foucault die van het systeem en Boeddha de waarheid van de interactie.

De interactie van het waarnemend bewustzijn met ‘de natuur’, waar hij als lichamelijke aanwezigheid ook toebehoort.

De mens behoort zowel bij bewustzijn als bij -het systeem van- de organische natuur.

Daarin is het bewustzijn een ‘eeuwig’ aspect en de lichamelijke aanwezigheid een tijdelijk aspect.

Maar dat kan het individu alleen maar zelf ervaren. De taal is daarbij slechts kennis.

Onze hersenen zijn de computer van praktische kennis. Ervaring ligt daarin niet opgeslagen, ervaring is actief aanwezig zijn in het nu op grond van datgene wat wij meemaakten. Kennis is in die zin statisch en ervaring dynamisch. In die zin is ervaring; interactie, bewustzijn.

Ervaring of bewustzijn is onafhankelijk van de kennis van de hersenen in die zin dat de hersenen weliswaar kunnen zorgen voor al dan niet; meer of minder subtiel bewust aanwezig zijn, maar dat is een -vorm van-  beïnvloeding, niet van oorzaak! Kennis is belangrijk als het kennis van de vorm van het systeem is; als het gaat om de inhoud van het systeem; hebben, afweren of de neutrale houding is het slechts van belang om materieel te overleven; ook belangrijk, maar er is meer!

De enige weg die naar de vrijheid van een individu leidt, is, met de kennis van de vorm van het systeem om te gaan op een niet afhankelijke manier, en dat is bewust van het resultaat. Pas ik mij aan of ben ik vrij?

Dat is ‘het vrije individu’.

Daar lijkt het nog niet erg op in de tegenwoordige maatschappij, want een mensheid van vrije individuen betekent; geen oorlog, geen honger en acceptatie van het aanwezig zijn in dit lichaam.

Dat maakt een heel ander aspect van het systeem duidelijk.

De vrijheid van het systeem.

Het menselijk systeem zit ‘ingebed’ in het gehele organische systeem. In die zin dat je het menselijk systeem kan zien als ‘een niveau hoger’ in het gehele systeem als bijvoorbeeld dieren. Het bewustzijn van mensen heeft, of kan een vorm hebben, waarin de, in dat mensenleven opgedane kennis een mutatie veroorzaken; een mutatie naar bewust en vrij individu.

Dan stapt het gemuteerde individu uit het systeem mensheid dat kennelijk die mogelijkheid in zich heeft. Dat die mogelijkheid waar is, blijkt uit het volgende:

In het alomvattend systeem is de mogelijkheid mens er een, die als een laag in dat alomvattend systeem aanwezig is, net als de laag onder ons; die van de dieren.

In die zin is ‘de vrijheid’ van het systeem, de mogelijkheid van ‘doorstroming’; van mutatie van zijn individuele componenten. Ons bewustzijn wordt in de laag mens geboren en, als het een bewust en vrij individu wordt, gaat het naar die laag. Hoeveel lagen er zijn? Daar zijn zo wat theorieën over, maar hier gaat het om de mens. Des te bewuster je aanwezig kan zijn, des te helderder kan je die vrijheid tonen. Als die mogelijkheid zou verdwijnen, is de mensheid teruggevallen op of in het niveau van dier. Dan is ook het systeem dood.

Dat kan niet; het kan wel -tijdelijk- gedecimeerd worden, maar het is deel van het alomvattend organisch systeem en daarom ‘eeuwig’. Het organisch systeem zijn de verschijningsvormen en die kunnen ‘nergens heen’; net zomin als het bewustzijn kan verdwijnen uit dat wat is. Die twee componenten zijn; dat wat is. Het alomvattend systeem is de eenheid; eeuwig bewustzijn/eeuwig veranderende verschijningsvormen.

Het individu heeft de unieke mogelijkheid, bewust aanwezig te zijn in spel van de verschijningsvormen.

Van dat alomvattend systeem is het individu het kleinste deeltje dat nog alles van het geheel in zich heeft, bewustzijn en –veranderende-  verschijningsvorm.

Laten wij daar gebruik van maken!


[1] Voor de individuele psychotherapeut liggen er marges ten aanzien van de behoeftebevrediging van het systeem. Het gaat hier over het systeem zelf en zijn uitwerkingen.

Advertentie

19 thoughts on “Het einde van een ‘mutatie’ of van de ‘mensheid’..?

  1. Nou, het is de hoogste tijd dat je eens echt filosofie gaat studeren.

    Dan kun je ook misschien je website vullen met zelfbedachte en -geschreven bijdragen, in plaats van klakkeloos te copy-pasten en na te praten zonder begrip van de materie.

    Veel succes.

  2. O, nog een klein dingetje: Fukuyama doelt in zijn boek niet op het einde van de mensheid of van de mens. Dat is een veelverbreide misvatting onder mensen die zijn boek niet gelezen hebben dan wel niet goed begrepen hebben. Ga het nog maar een keer lezen!

    Overigens heeft Fukyama aan aantal jaren geleden helemaal afstand genomen van zijn ideeën in The End of History and the Last Man.

  3. ik krijg niet de indruk dat dit een erg liefdevolle reactie is,
    volgens mij bedoelde einstein iets anders met zijn bovengenoemde citaat.
    ik ben i.e.g. blij met het artikel om zodoende weer verder te filosoferen.

  4. Mischien is het een idee dat wij mensen allemaal eens gaan vertellen wat wij zelf hebben ervaren en dit dan uit gaan dragen , want dan weet je zeker dat je de waarheid spreekt zoals jij die bedoelt.
    leef je eigen waarheid en niet die van een ander.

    raymond

    1. Exact Ray! Er is namelijk geen ‘WAARHEID’, anders dan die van jou. Het is aan jou als mens, om jezelf bij te stellen, fijner te tunen, bij te sturen en noem het maar op.
      Bewuster te worden, is ws. de term die alles raakt. Maar die ENE WAARHEID DIE WEL BESTAAT.., heeft een ongelooflijke kracht. Die is te voelen en deze WAARHEID manisfesteert zich in elke gedachte en elk gesprek dat je voert..! Gewoon goed voelen.. DIE WAARHEID LIGT ÉCHT IN HET MIDDEN!

    2. Helamaal waar Ray, om je eigen waarheid neer te zetten is mooi, als het zin heeft. Ik doe dit alleen maar wanneer een ander vraagt om mijn waarheid en dat wordt nauwelijks gevraagd. Zeker niet door diegenen die mij een beetje kennen en ook zeker niet door de mens die denkt dat doordat hij geleerd heeft, een mooie titel gehaald. Diegenen hebben het idee dat wanneer je geen wetenschappelijk onderzoek hebt gedaan op hun manier dat het dan niet klopt.
      Mijn waarheid komt vanuit mijn hart en is nu waar op dit moment omdat ik op dit moment op een bepaalde plek op mijn reis ben. Dat betekent dat ik voor velen een idioot ben die denkt zaken te weten terwijl ik niet gestudeerd heb, trouwens dat wordt meteen geconcludeerd uit mijn verhaal en waarschijnlijk ook uit de fouten die ik in mijn verhaal maak betreffende de taal.
      Voor diegenen die meevoelen over wat ik nu eigenlijk zeg is mijn waarheid niet nodig. Voor diegenen die niet meevoelen
      is mijn waarheid onzinnig. Daarom zie ik er alleen maar de zin van in om iets te vertellen wanneer er om gevraagd wordt.
      Op deze site vertel ik soms wat om te kijken wie er weer genoegen in schept om mij onderuit te halen en of er nog pijn bij mij zit. In hoeverre ik nog twijfel aan mijn eigen verhaal. Dat maakt mij sterk naar buiten toe omdat ik hier kan zien wat mij te wachten staat van een bepaalde kant.De kant van de meerderheid. Ik merk dat ik er ongevoelig voor wordt, maar ik wil ook blijven kijken naar die mens die vanuit zijn eigen onmacht schopt en onderuit haalt en dit niet veroordelen. Door daar met gevoel naar te blijven kijken kan er misschien iets gebeuren. Want mijn waarheid is dat woorden vaak juist meer verwarring scheppen dan helderheid. Dat woorden vaak wapens zijn. Dit is mijn ervaring met woorden. De brug dient geslagen worden in het hart. Een echt gesprek, een echte ontmoeting vind op een diepere laag plaats en vanuit die diepere laag wordt de echte informatie gedeeld. Ik heb daar door mijn werk steeds meer ervaring mee.
      zo vind ik dat deze meneer met heel veel woorden, moeilijke zinnen iets verteld wat mmisschien in een paar zinnen verteld kan worden. Ik vind dat N. dat heel goed verwoord in begrijpelijke taal. Ik voel het ook zo en ik kan daar ook wat mee.

  5. Pittig stukje, ook omdat ik regelmatig bleef ‘haken’ (met mijn oordelende bewustzijn) achter sommige zinsconstructies (foutief gebruik als/dan).

    Toch, al met al een artikel dat vanuit een ander perspectief beschrijft, vorm geeft, aan datgene wat ik al heel lang intuitief aanvoel, maar nu met een extra aanvulling.
    Ik heb het zelf altijd als volgt geformuleerd: “het systeem klopt niet, ik wil het systeem veranderen”. Deze visie stelt echter dat ‘het systeem veranderen’ feitelijk onmogelijk is. Wat wel kan, is jezelf bevrijden en daarmee informatie terugvoeden aan het systeem (het systeem verandert dan niet, maar de expressievorm van het systeem wel).
    Zo heb ik het tenminste begrepen.

    Deze visie geeft op een bepaalde manier troost en ook weer moed om mijn pad te blijven volgen; nu met een extra pakketje bagage, wat gek genoeg, het dragen van de last lichter maakt.

    Groet,
    N.

    1. N.: dank voor je reactie. Het is een heel bekend fenomeen, dat mensen zich ‘verloren’ voelen. Naar mijn gevoel is dit te wijten/danken aan het fenomeen ‘Veil’, of in het Nederlands ‘de Sluier’. Onze ‘spirit’ kan niet achter deze sluier kijken, door de densiteit (dichtheid) van de materie. Onze Spirit loopt daardoor met handboeien om, een blinddoek op en voeten in het beton..

      Voor mij ligt de oplossing in het voelen van de volmaaktheid van onze Spirits, die we zijn, huizend in dat ‘onvolkomen’ lichaam, dat voor jou in deze incarnatie de beste leerschool vormt. Er zijn ook aanwijzingen genoeg voor dit verhaal. De Annunaki bijvoorbeeld.
      Kijken we naar de verhalen over deze manipulerende Annunaki, dan is dit het lichamelijke proces, het lichaam, dat we als Spirits dóórleven.. En daar leert onze Geest weer van.

      Het is dus niet zo dat we in de dualiteit de Annunaki (bijv.) moeten verdoemen en ze zien als ‘zwart’, terwijl wij hier zo prachtig ‘wit’ zitten te zijn.. hahaha.. Laten we hen dankbaar zijn, het hele proces zien als een prachtig kosmisch avontuur..! Laten we hen vergeven, laten we van ze houden!
      Voila.

    2. mooie reactie N. bedankt. ik zal proberen als en dan op het rechte pad naar NU te zetten 🙂 want het is daar dat we het een met het geheel mogen en kunnen wezen.

    3. Ik vind dat je het knap hebt vertaald N. Een heel moeilijk verhaal waar de gewone mens niet uitkomt vertaald naar een eenvoudige voor iedereen begrijpelijke taal. Tenminste, ik haal er precies hetzelfde uit als jou.
      Zo zie je maar wat woorden kunnen doen. Ze kunnen iets juist meer versluieren dan verhelderen.

    1. Sorry Lianne er ging iets fout.
      Mooie clip. Mijn zelf inspireerd mij om inzicht te krijgen in de wereld waar een deel van mij zich heeft verplaatst.
      Het ligt er maar aan waar je de focus ligt.
      Ben ik mijzelf of ben ik dat deel dat in en om mijn lichaam is. Waar kies ik voor.

  6. Interessante stof ter gedachte….duidelijke visie van Frans over ZIJN perspectief van de waarheid over het leven en zijn van de mens&kosmos.

    @TW

    wat blijf je toch een provocerend reagerend persoon met een betweterig en misvattend oordeel. jammer dat je het jezelf zo moeilijk maakt.

    @ray

    ik denk dat je spijker op z’n kop slaat! je kan enkel spreken op de door jouw zelf ervaren waarheid. De waarheid van een ander kan je doorvoelen en begrijpen en daarmee je eigen waarheid bijschaven! De weg der waarheid is over het pad der liefde welke streng doch rechtvaardig is, zegt men wel eens en voor mijzelf is dat een sluitende waarheid.

    mvdg Léon

    1. Het engels is niet belangrijk,het gaat om wat je ziet.
      Het was symbolisch bedoeld………oneindigheid!
      Misschien was dat ook wat je in jezelf voelde?

  7. Erg goed stuk,
    Wat ook aardig is, dat een van Einstein zijn opmerkingen was : mijn studie belet mij om verder te leren

    Dit sluit goed aan bij het stuk van Frans.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.