De Maan, onze ‘natuurlijke’ satelliet..


(HIER de vorige delen.)

x

Hoofdstuk 13

DE MAAN – DE NATUURLIJKE SATELLIET VAN PLANEET AARDE

x

 

© vertaling Jan Smith – 2010 WantToKnow.nl/.be

x

 

Heel in het kort komt het erop neer dat alle verwarring met betrekking tot de Maan voorkomt uit vijf belangrijke aspecten of situaties:

  1. De traditionele, gevestigde omschrijving van de Maan als zijnde een dode, zuurstofloze, natuurlijke satelliet van de planeet Aarde die in dezelfde tijd werd gevormd als de Aarde zelf.
  2. Moderne wetenschappelijke technologie heeft onomstotelijk aangetoond dat de Maan niets van dien aard is.
  3. De huidige gevestigde wetenschappelijke, militaire, politieke en culturele orde blijft volhouden dat de Maan een dode, natuurlijke satelliet is van de Aarde.
  4. De omvang van deze misleidende propaganda teneinde punt (3) vol te houden punt (2) te ontkennen is zo groot dat het eigenlijk ongelofelijk is.
  5. Om punt (3) te laten voortduren en/of punt 4 te blijven volhouden, moet er werkelijk iets heel groots aan de hand zijn.

Tot 1975 en mijn ontmoeting met meneer Axelrod wist ik niet meer over de Maan dan een gemiddeld persoon. Maar in de daarop volgende jaren begon mijn belangstelling ervoor te groeien (om begrijpelijke redenen). Voor anderen gold dit ook, vooral toen er met behulp van geavanceerde wetenschappelijke technologie steeds meer feiten boven tafel kwamen die aantoonden dat onze satelliet op zijn minst een uiterst eigenaardig karakter heeft.

Paragnost Ingo Swann vertelt over zijn ervaringen met remote viewing voor een VS-geheime-dienst.

Die wezenlijke aard geeft voldoende aanleiding ons niet alleen te buigen over conventionele aardse kennis over de Maan, maar ook vele andere factoren die met de ruimte te maken hebben onder de loep te nemen. Alleen al door het nader bestuderen van slechts een paar wezenlijke aspecten aangaande de Maan, lopen we tegen een nogal idioot mysterie op, waarvan een paar kenmerken misschien onopgemerkt zouden blijven tenzij die onder de aandacht worden gebracht.

Het eerste kenmerk van dit mysterie is dat de vreemde Maanfeiten die tot nu toe werden ontdekt, niet allemaal zijn verdoezeld; een groot aantal ervan werd gewoon onthuld in allerlei wetenschappelijke publicaties.

Een tweede kenmerk betreft niet de wezenlijke feiten welke door die publicaties aan het licht kwamen, als wel hun directe gevolgen. Het is duidelijk dat de directe gevolgen namelijk wel degelijk worden verdoezeld.

Het wezenlijke karakter van deze cover-up kan maar moeilijk worden aangegeven. Maar wat de aard van de verzwegen feiten ook moge zijn, al dat soort doofpotaffaires zijn zo verdomd effectief omdat de meeste mensen volkomen onwetend zijn over zaken waarover het werkelijk  gaat. En waar wijdverspreide onwetendheid bestaat, kan een alwetende elite ontstaan door gebruik te maken van spindoctors allerlei rookgordijnen van misleidende informatie optrekken die door de onwetenden voor zoete koek worden aangenomen.

Als bij een cover-up toevallig ook nog eens sprake is van ‘officiële geheimhouding’, dan kan zich binnen de bestaande elite nog een elitair groepje vormen. Op die manier kan in een doofpotaffaire sprake zijn van verschillende mechanismen van meerdere elitaire lagen – met als gevolg dat maar weinigen nog werkelijk kunnen ontwaren vanuit welk punt in dat web de zaken worden gerund.

In die warboel van door elkaar lopende doofpotaffaires is vaak sprake van verschillende motieven en doelstellingen waardoor het extra moeilijk wordt om tot de kern van de materie door te dringen. In dit geval heeft de algehele onwetendheid te maken met kennis over de Maan in het algemeen.

Er zijn om te beginnen maar weinig mensen werkelijk in de Maan geïnteresseerd. Zij worden beperkt door materiële overwegingen die verband houden met vaak peperdure telescopen, zoals zo dadelijk zal blijken. Maar wanneer iemand ook niets weet over manen in het algemeen,  is er helemaal geen goede basis meer om iets dat om te beginnen niet eens een maan is als zodanig te herkennen.

De meest fundamentele en wijdverspreide feiten over manen zijn:

  1. dat planeten ze nu eenmaal hebben;
  2. dat manen vaste, natuurlijke formaties zijn, net zoals hun planeten;
  3. dat planeten en manen opgebouwd zijn uit stellaire materie in de vorm van elementen die onder invloed van zwaartekracht tot een bal werden samengedrukt;
  4. dat de manen worden gevormd toen de planeten worden gevormd – tenzij de sterke zwaartekracht van een planeet op een of andere manier een asteroïde wist te ‘vangen’ die voorbij scheerde en toen in een veilig baan rond de planeet terechtkwam. Deze mogelijkheid ligt echter in het algemeen op zijn minst nogal gevoelig.

De twee binnenplaneten (Mercurius en Venus) van ons eigen Zonnestelsel hebben geen manen, de Aarde heeft er een en elk van de buitenplaneten (Mars, Jupiter enz.) hebben er meer dan een.

De vorming van het Aarde-Maan-systeem wordt sedert het begin van het moderne wetenschappelijk tijdperk gedateerd op zo’n 4, 5 miljard jaar geleden. Er is nooit enige twijfel gerezen over de aanname dat de Maan van de Aarde een natuurlijke satelliet is die gevormd werd toen de Aarde werd gevormd en dus uit dezelfde materialen bestaat.

Zover zijn we in elk geval, toch?

Toen de Aardlingen begonnen te dromen om naar de Maan te gaan, was het duidelijk dat ze dat alleen maar konden doen door zich in een ruimteschip te hijsen. Verdere dromen gingen over allerlei concepten van kunstmatige satellieten die mogelijk rond planeten zouden cirkelen. Hierdoor ontstond min of meer de noodzaak vanaf dat moment onderscheid te maken tussen natuurlijke en kunstmatige satellieten. Dit onderscheid was logisch en bracht de idee met zich mee dat kunstmatige satellieten hol zouden moeten zijn om van enig nut te zijn – terwijl een natuurlijke satelliet uiteraard een vast lichaam moest zijn.

Moon Raising.. De maan lijkt steeds meer tot de verbeelding te spreken; een teken des tijds?

In de jaren ’60 en ’70 gaven wetenschappelijke ontdekkingen over onze Maan allerlei verwarrende gegevens te zien met betrekking tot haar fysieke eigenschappen. Voor de aanvang van het ruimtevaarttijdperk was alle informatie over de karaktereigenschappen van het maanoppervlak gebaseerd op waarnemingen door telescopen, tekeningen en later ook fotomateriaal. Tijdens de Amerikaanse en Russische maanmissies maakten de instrumenten van  onbemande voertuigen het mogelijk nog meer gedetailleerde kennis over de natuurlijke satelliet te vergaren. Zoals later zal worden besproken, was de kennis over de Maan die tot dan toe was vergaard, aantoonbaar moeilijk te doorgronden.

Toen de Russen op 1 oktober 1957 de kunstmaan Spoetnik-1 in een baan om de Aarde bracht werd dat getypeert als een militairwetenschappelijke coup van de Sovjet-Unie, een opperste daad van Koude Oorlogvoering die de Verenigde Staten verschrikkelijk dwarszat. De VS compenseerde dat in 1961 met de belofte van President Kennedy dat de VS mensen op de Maan zou laten landen en ze daarna weer heelhuids naar Aarde zou laten terugkeren. Zoals vaak is beweerd, werd het daaropvolgende Apolloprogramma de meest uitgebreide wetenschappelijke en technologische onderneming ooit in de geschiedenis van de mensheid. Maar het algemene Koude Oorlog idee met betrekking tot de Maan was, dat de eerste Aardse supermacht die in staat zou zijn de Maan te koloniseren de macht had over de Aarde vanaf deze buitenaardse natuurlijke satelliet.

Dat dit op geen enkele manier is gebeurd, dient men vanaf dit punt goed in het achterhoofd te houden. Met het doel van de verovering van de Maan en de wetenschappelijke voorsprong die dat zou opleveren duidelijk voor ogen, begon Amerika met het lanceren van een groot aantal satellieten die rond de Maan zouden vliegen als voorbereiding van de voorgenomen landingen.

Als we de rapporten mogen geloven lag het aantal van dergelijke satellieten tussen de vijftig en vierhonderdvijftig, waarvan de meeste, zoals heel duidelijk te verwachten was, militaire bedoelingen hadden en als zodanig met grote zekerheid kunnen worden bevestigd.

Terwijl het ontluikende ruimtevaarttijdperk zich verder ontwikkelde, werd de Maan ‘bestookt’ met allerlei onbemande maansatellieten: Russische Luna’s en Amerikaanse Pioneers, Rangers en Surveyors.

De eerste maanlanders waren ontworpen om op de Maan te pletter te slaan, maar al spoedig lukte het ook om zachte landingen uit te voeren. In augustus 1966 lanceerde Amerika met succes de eerste Lunar Orbiter, een satelliet die rondom de Maan vloog en foto’s maakte van alle kanten van de Maan, alsmede de eerste opnamen van de Aarde, gezien vanuit de direct omgeving van de Maan.

De donkere kant van de maan, feitelijke de achterzijde, die wel degelijk door zonlicht wordt bereikt. Dit is een hoogtekaart, waarbij de rode gebieden de hoogste zijn (boven 600 meter) en de blauwe de diepste gebieden (- 600 meter).

De hoofdtaak van de Orbiter was het zoeken naar een geschikte landingsplaats voor de geplande Apollo-vluchten van het Amerikaanse bemande ruimtevaartprogramma. Tussen 1966 en 1968 werden nog meer Amerikaanse Surveyors gelanceerd alsmede Russische Luna Orbiters. Het uiteindelijke doel was het op de Maan zetten van mensen. Er waren twintig Apollo-vluchten gepland om dat doel te bereiken, waarvan de eerste zes onbemand waren om de werking van alle apparatuur uit te proberen.

Het belangrijkste doel werd in juli 1969 bereikt, toen de Apollo-11 capsule de eerste mensen op de Maan zette en 3 jaar later, in juli 1971, de Apollo-15 het gebruik van het allereerste Maanvoertuig markeerde. In december 1972 vormde de Apollo-17 de laatste Amerikaanse missie naar de Maan. Vanaf dat moment werden alle Amerikaanse Maanmissies door nog altijd onduidelijke redenen plotseling stopgezet.

De resterende drie Apollocapsules die reeds tegen exorbitant hoge kosten waren vervaardigd, konden daarna gewoon in het magazijn wegrotten. Pas in 1995, zo’n drieëntwintig jaar later, werd de ‘Clementine’ capsule gelanceerd, maar dit was een zuivere militaire aangelegenheid waar NASA niets mee van doen had.

Luna 21 van januari 1973 leek de laatste Russische capsule te zijn, maar in augustus 1976 landde de Luna-24 alsnog op het Maanoppervlak, waarna de Russen ook om onduidelijk redenen hun Maanprogramma afbraken.

Al doende kwam er een smadelijk einde aan de grote en uiterst kostbare race tussen de twee supermachten om de Maan te koloniseren – om redenen die niet duidelijk waren. Alles bij elkaar genomen, in het bijzonder met het oog op de enorme voordelen van een gekoloniseerde Maan, moest de doorslaggevende reden om er desalniettemin toch mee te stoppen behoorlijk indrukwekkend geweest zijn.

In 1972 werd het accent van de exploratie van de ruimte ergens anders gelegd.

Na een tiental jaren van heetgebakerde en kostenoverschrijdende interesse in de Maan (inclusief de plannen voor het bouwen van een of meerdere bases aldaar) besloten de Amerikanen en Russen tot SAMENWERKING. Deze gezamenlijke inspanningen zouden leiden tot een de bouw van een ruimtestation, het Skylab, dat om de Aarde zou cirkelen.

Daarmee verdween de interesse voor de Maan zowel officieel als publiekelijk in de vergetelheid – ofschoon de Maan op zich toch de satelliet van planeet Aarde is. Als men hierover nadenkt is dat toch op zijn zachtst gezegd een beetje eigenaardig. Volgens toonaangevende encyclopedieën over de exploratie van de ruimte, hebben de Maanmissies een “indrukwekkende hoeveelheid wetenschappelijk materiaal opgeleverd’.

Toch is het zo, dat vanaf 1997 de officiële wetenschappelijke verklaringen over de aard van de Maan precies hetzelfde beeld opleveren als die welke tot 1957 gebruikelijk was: de Maan was en bleef een dode satelliet, zonder zuurstof, met bergketens en kraters, stof – veel stof – en glasachtige vlakten genaamd Mares (Zeeën), die gevormd werden uit magma, rotsblokken en gesmolten glas, als gevolg van zeer hoge temperaturen die vrijkwamen bij meteorietinslagen.

De leeftijd van de Maan wordt nog immer gesteld op 4,5 miljard jaar, daterend uit de tijd dat de rest van ons Zonnestelsel werd gevormd.

 

* * *

x

Hoofdstuk 14

PERIKELEN ROND MAANGESTEENTE

© vertaling Jan Smith – 2010 WantToKnow.nl/.be

x

 

Er bestaat een bijzondere categorie informatie over de Maan genaamd anomalieën – de gangbare definities van deze term verwijzen naar de onregelmatigheid ten opzichte van de regel of de afwijking daarvan.
Een preciezere definitie verwijst echter naar iets waarvan in het algemeen wordt gezegd dat het niet kan bestaan en/of onmogelijke is, maar waarvan toch is aangetoond dat het wel degelijk bestaat en dientengevolge dus niet onmogelijk is. In die zin is een anomalie dus iets waarvan is ontdekt dat het bestaat en daardoor de ‘comfortzone’ van de gangbare wetenschap tart.

Het is best moeilijk de ontdekking van anomalieën te integreren in kennissystemen die juist op  doortastende wijze hun onmogelijkheid hebben aangetoond. Dat is een nogal pijnlijk vooruitzicht voor takken van wetenschap die groot belang hebben bij hun gelijk teneinde bepaalde externe financiële bijdragen te rechtvaardigen.

Astronaut Harrison Schmidt verzamelt maanstenen, tijdens zijn verblijf op de maan, als doel van de Apollo 17-missie.

Derhalve kan men dus verwachten dat de wetenschappelijke oplossing voor anomalieën neerkomt op verdoezeling van de feiten aan de ene kant terwijl aan de andere kant alles in het werk wordt gesteld te voorkomen dat de gevolgen ervan doorsijpelen in bredere kringen van geïnteresseerden. De wetenschappelijke desinteresse in anomalieën komt goed van pas in de kraam van bijvoorbeeld spindoctors die uit zijn op geheimhouding en bepaalde vormen van informatie willen weghouden uit het publieke domein.

Het is nuttig hier te onderstrepen dat een anomalie niet slechts op speculatie berust, maar op iets dat aantoonbaar bestaat. Het makkelijk genoeg te begrijpen dat wanneer er gegronde redenen zijn om te blijven volhouden dat de Maan een dode, droge, verlaten, NATUURLIJKE satelliet is, dat het doorsijpelen van afwijkende feiten die het tegendeel aantonen, verborgen gehouden dienen te worden.

Dientengevolge kan men er zonder meer van uitgaan dat er sprake is van stilzwijgende samenwerking tussen bepaalde takken van wetenschap (die met de anomalieën in hun maag zitten) en geheime groeperingen (die erop uit zijn anomalieën voor het grote publiek verborgen te houden).

Omdat die twee systemen elkaar versterken is het echter zeer moeilijk een aanknopingspunt te ontdekken in die kluwen van doofpotelelementen.

Als geheugensteuntje volgt hier nogmaals een opsomming van de doofpotverwarring.

  • Tussen 1957 tot pak ‘m beet nu, ondergingen de officiële beschrijvingen van de Maan nauwelijks enige wijziging. Maar sinds 1961 was de Maan voorwerp van de kostbaarste en  meest uitgebreide technologische operatie uit de geschiedenis.
  • In de meeste publicaties van na, laten we zeggen, 1975 wordt melding gemaakt van het feit dat die technologische inspanningen ‘ongelofelijk grote hoeveelheden nieuw feitenmateriaal’ aan de dag hebben gelegd – HOEWEL de officiële omschrijvingen over de Maan ruwweg hetzelfde bleven als die uit 1957.
  • Iedereen die geïnteresseerd is in het uitpluizen van het bestaan van anomalieën zal beseffen dat de meeste ervan nogal vermakelijke kenmerken hebben. Dit is zeker het geval in het amusante geval van gesteenten van de Aarde en de Maan. Wetenschappelijk is men het er over eens dat de Aarde en haar Maan net zo oud zijn als het Zonnestelsel dat op 4,5 miljard jaar oud wordt geschat.
  • Door middel van werkelijk prachtige wetenschappelijke vorderingen kan de ouderdom van gesteenten worden bepaald door het bestuderen van brandsporen van kosmische straling die erop voorkomen. Door deze meettechniek zijn de tot nu toe oudste gesteenten gedateerd op zo’n 3,5 miljard jaar.
  • De Maanmissies kwamen terug met ongeveer 400 kilo aan maanstenen en bodemmonsters. Na onderzoek werd in 1973 onthuld dat een aantal van die stenen ouder waren dan 5,3 miljard jaar.
  • Tussen de ouderdom van de Aarde en de Maan bestaat dus een amusante discrepantie van zo’n slordige 2 miljard jaar – maangesteente blijkt ongeveer 1 miljard jaar eerder gevormd te zijn dan ons Zonnestelsel. Dan is er ook nog de zaak van het maanstof waarin die maanstenen werden aangetroffen. Onderzoek heeft onomstotelijk aangetoond dat het maanstof 1 miljard jaar ouder is dan de stenen zelf.

Er is is op zijn minst sprake van een zeer raadselachtige kwestie van niet geringe omvang waarin men gevoeglijk de volgende twee mogelijkheden in overweging dient te nemen:

  1. waar de stenen en het stof vandaan kwamen, of,
  2. waar de Maan zich bevond voordat ons Zonnestelsel werd gevormd, en hoe de Maan in ons Zonnestelsel is terechtgekomen en bovendien in een zo’n gemakkelijke baan om de Aarde.

Zoals even verderop zal worden besproken, geven deze fundamentele anomalieën betreffende de geologie van de Maan aanleiding tot enige verwarring, de overvloedige hoeveelheid data ten spijt. Over het algemeen gesproken heeft de Maan drie afzonderlijke gesteentelagen die gezamenlijk een diepte hebben van ongeveer 250 kilometer.

Het ontstaan van de maan uit de Aarde, zoals het in veel schoolboeken staat. Ondank de veel hogere ouderdom van de maan, wordt dit beeld kéér op kéér bij mensen ingeprent..! (klik voor artikel over de ouderdom van de maan door Robert Jastrow First Chairman, NASA Lunar Exploration Committee )

Als de Aarde en de Maan tegelijkertijd gevormd zouden zijn, dan zou de materiaalsamenstelling van beide hemellichamen ongeveer moeten overeenkomen. IJzer is echter in overvloed in de aardkorst aanwezig, terwijl dat element op de Maan redelijk zeldzaam is.

Zoals auteur Earl Ubell in New York Times Magazine van 16 april 1972 opmerkte: de verschillen wijzen erop dat Aarde en Maan ver na elkaar werden gevormd en waarschijnlijk ook nog onder verschillende formatiecondities.

De belangrijke betekenis van Ubell’s gepubliceerde overwegingen heeft voornamelijk te maken met het feit dat de eigenaardige verschillen wetenschappelijk waren vastgesteld en aanvaard, anders hadden ze nooit gepubliceerd geworden in die eerbiedwaardige krant. Deze anomalie geeft genoeg reden tot verwarring in kringen van de conventionele astrofysica om precies te verklaren hoe de Maan een satelliet werd van planeet Aarde – en om die reden is er niet zoveel over naar buiten gekomen sinds 1972.

Alles bij elkaar opgeteld kan worden vastgesteld dat Aarde en Maan helemaal niet op hetzelfde moment en op dezelfde plaats werden gevormd, hetgeen impliceert dat de Maan ergens anders vandaan kwam.

Het gesteente ven daar gelaten: de gemiddelde dichtheid van de Maan is 3,34 gram per kubieke centimeter – dit in tegenstelling tot die van de Aarde, te weten 5, 5 gram per kubieke centimeter. De betekenis hiervan is een beetje moeilijk te doorgronden, dus zal ik proberen het te vereenvoudigen.

Als Aarde en Maan tegelijkertijd werden gevormd van ongeveer hetzelfde materiaal, dan zou dat betekenen dat hun gemiddelde dichtheid ongeveer gelijk zou zijn.

Bovendien betekent het verschil in dichtheid dat de Maan, in tegenstelling tot de Aarde, geen kern zou hebben, en het is juist die afwezigheid van de kern die verantwoordelijk is voor de verschillen in dichtheid.

Wanneer deze mogelijkheid wordt doorgetrokken naar een logische conclusie, dan is op basis van al deze feiten het diepe binnenste van de Maan hol.

x

Binnenkort hoofdstuk 15 + 16 hier op WantToKnow

En tot slot….

Mocht je het verhaal van Ingo Swann, dat je hier helemaal kunt lezen, onderbouwd willen zien door andere ‘bronnen’, die aantonen dat de Maan een thuis vormt voor extra-terrestials, dan raden we je aan dit deel te kijken van ‘The Illuminati agenda’. Stoelriemen vast..!
x

Advertentie

9 thoughts on “De Maan, onze ‘natuurlijke’ satelliet..

    1. @JaNee, er circuleren al heel lang filmpjes van planeten naast of achter de zon
      rond op het internet. Vorig jaar juli heb ik hierover contact gehad met de redactie van Niburu.nl. En zij wisten mij te vertellen dat het toch echt niet om Niburu of Tyche gaat, maar dat Venus in deze periode heel goed zichtbaar is.

  1. De maan is gebleken voor leven op aarde zoals wij dit nu ervaren een noodzakelijkheid. Zonder onze maan zou leven zoals wij het kennen , onderdeel hiervan uitmakende, niet hebben kunnen bestaan. Het leven in zijn huidige vorm op deze aarde blijkt dus uitsluitend mogelijk bij de gratie van een gecompliceerde, aan zeer specifieke condities tegemoetkomende constellatie welke voorwaarde is voor het leven aan te treffen op deze planeet. En niet alleen de constellatie aarde/maan, ook onze zon is een essentiële component binnen het mysterie waardoor leven in zijn huidige vorm op aarde mogelijk is. En dan nog de positie van deze constellatie binnen nóg veel grotere constellaties die dit allemaal mogelijk maken. Ontelbare zonnestelsels met elk weer ontelbare planeten. We zijn op zoek naar een verklaring voor ons bestaan en positie binnen ‘het geheel’. Wanneer we denken deze te hebben gevonden zal op het moment dat we denken er iets van te snappen blijken dat de realiteit van het geheel al weer veel groter is geworden. We zullen in staat zijn fenomenen deels te kunnen verklaren. We zullen nooit in staat blijken de achterliggende en ten grondslag liggende intentie en essentie van het grote steeds uitdijende mysterie in zijn volle omvang te kennen. Zelfs al zal ons universum met al zijn veronderstelde parallelle werkelijkheden ooit door ons gekend worden. We zullen slechts voorbij ruimte en tijd tot het besef komen dat we zelf het universum zijn. Deze kunnen vormgeven, zelfs vernietigen voor onszelf. Althans, zo zie ik dit nu.
    Wie er anders over denkt bepaalt mede met mij het mysterie. Mooi hé, constellaties?

    1. Als vergelijking de deeltjesversnellers. Middels LHC’s ontdekken we steeds weer kleinere deeltjes. We zijn nu op zoek naar het Higgs deeltje. Eenmaal gevonden of niet, er zullen na ontdekkingen steeds weer nieuwe vragen opdoemen welke op hun beurt ook weer nieuwe vragen zullen doen rijzen. Mechanische processen verklaren aan de hand van hoe deze zich gedragen verklaart misschien iet over het hoe, maar niets over het waarom. De uiteindelijke verklaring zal -ook niet bij benadering- nooit het mysterie van het leven volledig kunnen omvatten.

  2. @JaNee,

    Ik heb het E-Book gelezen over 2012. Het lijkt me allemaal vrij dicht in de buurt te komen van een waarheid. Alleen vind ik één gegeven tegenstrijdig. Hij onderbouwt zijn verhaal met prachtige afbeeldingen. Waarschuwt voor de Grays. Maar plaatst wel de bekende graancirkel met de afbeelding van een gray met een binaire code op een schijf.
    Waarop de mensheid wordt gewaarschuwd voor bedrog. Zeer tegenstrijdig toch? Of zie ik iets over het hoofd. Wie kan mij deze tegenstrijdigheid verklaren?

    1. Ik geloof HJ dat het niet óf/óf is maar ook weer én/én..
      Er gaan veel verhalen over de Grey’s HJ (met een ‘e’ dus!) en deze vertellen over verschillende soorten; menslievende, maar ook andere kille, harteloze figuren. Hoe het zit is voor velen een vraag.

      De verhalen die gaan over de deals die de (krachten achter de) Amerikaanse overheid met de Greys zouden hebben gesloten, spreken over een grotere soort. In ruil voor het ‘observeren, bestuderen en analyseren’ van het menselijke ras (ontvoeringen!), zouden deze Greys vergevorderde kennis met deze Amerikanen hebben uitgewisseld. Een ongelooflijk domme beslissing van de Amerikanen, want zo liet de mensheid zich genadeloos in de kiekert kijken..!!

      De graancirkel met de alien Grey, verhaalt van een waarschuwing voor het menselijk ras; er is bedrog aan de gang. Maar er is ook nog tijd om het e.e.a. te helen en repareren.

    2. @ HJ,

      Het E-Book heb ik zelf nog niet gelezen. Dat er merkwaardige dingen aan de hand zijn is me wel duidelijk.
      Ik vermoed dat we nu in een tijd aangekomen zijn dat we heel snel gaan veranderen, er wordt zelfs beweerd
      dat we weer de volledige capaciteit van onze hersenen weer gaan gebruiken. Vanuit die mogelijkheid denk ik dat we dan beter kunnen overzien wat er nu allemaal gebeurt. Wat ik nu wel kan doen is al mijn oude overtuigingen overboord gooien. Het is voor mij als het ware zijn in het niets, om ruimte te geven aan het nieuwe.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.